Het krijgerschap is een onontbeerlijke fase in het leven van de mannelijke Maasai. Als krijger ontwikkelt de Maasai zich van jongen tot man. Buiten de kraal beschermt de krijger het vee, waarbij zijn aanzien stijgt door het doden van een leeuw en nog meer door het doden van een mens. Binnen de kraal heeft hij onbekommerd seks met meisjes van zijn eigen leeftijd. Dit meerjarige bewijs van dapperheid wordt afgesloten met een vier dagen durende overgangsceremonie tot volwassene. Daarna begint het serieuze leven. Hij begint zijn eigen kraal, met zijn eigen veestapel. En hij huwt één of meer jongere vrouwen die hem nakomelingen schenken.
Zo is ook onze natuur. Niks primitiefs aan. Ook bij ons worden in het leger de jongens tot mannen gekneed. Daarom voerden we vroeger elke generatie een stevige oorlog met onze eveneens adolescerende buren. Alleen de laatste jaren niet meer. De Indië-gangers vormen de laatste generatie mannen die nog goedbeslagen toetrad tot de maatschappij. Sindsdien is het behelpen. Surrogaatoorlogen in de vorm van vredesmissies. Maar die tellen natuurlijk niet echt, zoals op 4 mei duidelijk werd gemaakt in Wageningen. Vredesveteranen zijn daar niet langer welkom.
De boodschap is duidelijk. Wij zijn watjes. Meteen op 5 mei besluiten wij ons leven te beteren. Bewapend met zelfgemaakte speren tijgen we naar het bevrijdingsfestival in Rotterdam. Geen bevrijding zonder oorlog. De verblufte vijand schiet in paniek in de lucht. Engkai schenkt ons regen en vee. Voor vrijheid en voorspoed zullen we moeten vechten.