De toegevoegde waarde van het onderzoek van technische geneeskunde bij het vroegere instituut voor biomedische technologie (BMTI) is enorm, betoogt Van Blitterswijk. De wetenschappelijk directeur vergelijkt het met een pijplijn. ‘Links bevindt zich het fundamenteel onderzoek. In het midden zit de biomedische technologie die daarmee toepassingen ontwikkelt. Rechts in de pijplijn vind je de TG’ers die deze nieuwe technologie daadwerkelijk gaan toepassen in de kliniek. Volgens mij is dit een unieke samenwerking, het zou mij verbazen als het elders in Europa op een zelfde manier gebeurt.’
Een typisch voorbeeld van onderzoek waarbij BMT en TG elkaar versterken, is onderzoek naar transplantaties van de pancreas (alvleesklier) bij diabetespatiënten. Van Blitterswijk vroeg hier samen met het Leids Universitair Medisch Centrum een onderzoekssubsidie aan voor twintig mensen bij de vorige verdeling van de aardgasbaten. Binnenkort hoopt hij te horen of het geld wordt toegekend. ‘Dit onderzoek is letterlijk ontstaan door samenwerking van BMT en TG. Op verzoek van Leiden hebben wij een methode ontwikkeld waarmee pancreastransplantaties efficiënter kunnen worden uitgevoerd. Waarschijnlijk zullen van de eerste TG-afstudeerders een aantal een baan vinden bij dat laboratorium.’
Van Blitterswijk hoopt dat in alle vier de richtingen – regeneration, biomedical imaging and diagnostics, targeted therapeutics en motor and neural systems – dergelijke gezamenlijke onderzoeksprojecten worden opgezet. Dat kan door het aanstellen van de klinische hoogleraren. Het instituut heeft al een aantal van dit type onderzoekers in huis, een stuk of vijf zullen er nog aan de onderzoeksgroepen worden toegevoegd.
De wetenschappelijk directeur verwacht vrij vlot deze extra deeltijdhoogleraren met een klinische achtergrond en vier entrepreneurial professors te kunnen aanstellen. Meer moeite denkt hij te hebben met het aantrekken van een aantal jonge excellente hoogleraren voor de vier onderzoekslijnen. ‘De concurrentie is groot en daarom moet MIRA uitstralen dat het streeft naar de hoogste kwaliteit.’
Het instituut wil in 2014 gegroeid zijn van 200 naar 300 mensen. De verhouding tussen eerste geldstroom en tweede en derde geldstroom moet dan uitvallen in het voordeel van die laatste twee. Van Blitterswijk: ‘Daarvoor moet je de strijd aanbinden met collega’s van andere universiteiten. Als je dat geld binnenhaalt, bewijs je kwaliteit. Dan ben je succesvoller dan anderen.’
| Wetenschappelijk directeur Clemens van Blitterswijk. (Foto: Arjan Reef) |