Duurzaamheid: een delicaat proces

| Redactie

Grote namen uit de chemische industrie spraken afgelopen vrijdag op het Energy & Resources Symposium van instituut Impact over de veranderingen die de bedrijfstak moet ondergaan. Het gebruik van biologische grondstoffen leidt gaandeweg tot een herindeling van het chemische proces en de ontwikkeling van nieuwe reactoren en katalysatoren. Bedrijven doen al veel onderzoek naar de productie van duurzame chemicaliën, waarvan veel achter gesloten deuren. Het is een delicaat proces: zelfs de speeches van het congres komen niet digitaal beschikbaar.

`Ondanks veel inspanning blijft het beeld bestaan dat de chemische industrie een vervuilende en onveilige sector is', stelt hoogleraar chemische technologie Henk van den Berg. `Maar als je ergens veilig kunt werken, dan is dat in de chemische industrie. In vrijwel alle sectoren loop je meer risico. Vervuiling? Natuurlijk vervuilt de chemie, maar ten opzichte van twintig jaar geleden is het geminimaliseerd. Weet je wat moeilijk is? Het publiek leren afval te scheiden. De chemische industrie doet het zo slecht nog niet.'

Samen met Traxxys, een consultancybedrijf op het gebied van duurzaamheid, en een aantal Impact-collega's organiseerden procesontwerpers Van den Berg (vakgroep Fundamentals of Chemical Reaction Engineering) en TNW-collega Louis van der Ham (docent bij de vakgroep membraantechnologie) afgelopen vrijdag het symposium Energy & Resources. Om aan de klimaatdoelstellingen te kunnen voldoen, twintig procent minder CO2-uitstoot in 2020, moet de chemische industrie grondig hervormen.

Er gebeurt al veel, weten de twee UT'ers, en dat bleek ook uit de verschillende voordrachten van chemiebedrijven. Van der Ham: `Bij biologische grondstoffen kun je denken aan bio-olie, maar ook aan suikers, zetmeel, maïs of algen. De uitdaging voor de chemie is te kijken welke grondstoffen, ook die nooit in beeld zijn geweest, beschikbaar zijn.' Zijn collega vult aan: `Je hebt bijvoorbeeld al zakken voor je afvalemmertje in de keuken die gemaakt worden van bioplastics met als basis gefermenteerde suikers. Die zakken worden dus afgebroken door de natuur. Alle grote jongens in de chemie zijn met dit soort dingen bezig.'

Van den Berg en Van der Ham betwijfelen of de norm van twintig procent minder uitstoot wordt gehaald. Niet door de chemische industrie, en zeker niet door Nederland als geheel. Minder dan vijftien procent van de olie als grondstof gaat naar de chemische industrie, ruim 85 procent wordt gebruikt voor brandstoffen. Men realiseert zich volgens Van der Ham niet hoe zo'n gigantische plas biodiesel er nog geproduceerd moet worden, voor aan de normen wordt voldaan.

Voor de hervorming in de industrie zelf, is veel onderzoek nodig. Want: nieuwe biologische grondstoffen voor chemische producten vragen om nieuwe productieprocessen. Dus moeten er andere katalysatoren en reactors komen. De UT doet hier in diverse vakgroepen onderzoek naar, daarnaast gebeurt veel research in de industrie zelf. `Bedrijven willen wel samenwerken met universiteiten, maar vaak laten ze niet het achterste van hun tong zien', constateert Van den Berg. `Zeker niet als het dicht bij hun core business komt. Dan houden ze kennis binnenskamers.'

Het Impact-symposium moest meer inzicht geven in wat er in de chemische industrie allemaal gaande is. Dat onderzoeksinformatie gevoelig is, bleek nadat een aantal van de uitgenodigde sprekers maar met moeite toestemming had gekregen van hun bazen. Vandaar ook dat alle deelnemers na afloop slechts een papieren syllabus ontvangen. Niets van het symposium komt digitaal beschikbaar. Van der Ham: `Anders hadden sommige sprekers hier niet eens mogen staan. En daarom wordt ook niet alles wat verteld wordt op slide gezet. In een papieren bundel schuilt voor een bedrijf weinig gevaar. Als iets eenmaal digitaal beschikbaar is, is er geen houden aan.'

Henk van den Berg (links) en Louis van der Ham. Foto: Arjan Reef
Henk van den Berg (links) en Louis van der Ham. Foto: Arjan Reef

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.