Minister Plasterk wil het studenten makkelijker maken om bestuurswerk te doen. Er komen twee keer zoveel beurzen voor landelijke student-bestuurders. Universiteiten en hogescholen krijgen grotere vrijheid om hoge beurzen uit te delen.
“Een student zou er financieel niet op achteruit moeten gaan wanneer hij of zij kiest voor een bestuursfunctie”, schrijft Plasterk in een brief aan de Tweede Kamer. Hij erkent dat het steeds moeilijker wordt om studenten te interesseren voor een bestuursfunctie en wil ‘onnodige belemmeringen’ wegnemen.
Maar het mag de overheid niet te veel geld kosten. Daarom gaat hij niet – zoals ISO en LKvV voorstelden – een landelijk bestuursbeurzenprogramma voor pakweg zevenhonderd studenten optuigen. Instellingen kunnen maar beter zelf bepalen welke lokale clubs voor subsidie in aanmerking komen.
Momenteel betaalt OCW twintig beurzen voor studenten die in een landelijk bestuur zitten van bijvoorbeeld een vakbond of de Landelijke Kamer van Verenigingen. Dat aantal gaat hij verdubbelen naar veertig.
Verder mogen universiteiten en hogescholen straks zelf bepalen of ze hogere beurzen gaan uitdelen. Voorheen mocht het ‘profileringsfonds’ alleen de gederfde studiefinanciering vergoeden, maar straks mag ook het collegegeld worden terugbetaald. Of de instellingen van die vrijheid gebruik maken, is aan henzelf. Als ze maar een helder beleid voeren.
De minister vraagt de Inspectie van het Onderwijs om op een rijtje te zetten hoe de verschillende instellingen momenteel met bestuursbeurzen omgaan. Het kijkje in de keuken van de buren kan instellingen helpen hun eigen beleid te herzien, hoopt hij.
De Landelijke Studenten Vakbond vindt dat Plasterk te veel van de instellingen laat afhangen. Landelijke richtlijnen zouden nuttiger zijn. “Want de verschillen zijn enorm”, zegt voorzitter Lisa Westerveld. “Vooral hogescholen hechten vaak weinig belang aan studenten in het bestuur. Ze krijgen soms helemaal geen vergoeding.”
HOP, Bas Belleman