In totaal heeft het college van bestuur de komende vier jaar zestig miljoen euro in de pot van de eerste geldstroom, de financiering die rechtstreeks afkomstig is van de overheid. Dat is 2,5 miljoen minder dan de afgelopen periode. Met deze bezuiniging wil de UT een deel van de korting verwerken die onderwijsminister Plasterk de universiteiten heeft opgelegd.
Impact en ctit moeten met 3,3 miljoen euro het meest bezuinigen. Volgens Kees van Ast, de financiële man in het college van bestuur, kan de indruk ontstaan dat instituten worden gekort omdat ze het niet goed zouden doen. Hij ontkent dat met klem. `Bezuinigen doet altijd pijn, maar dit is geen beoordeling van de kwaliteit. We hebben nu eenmaal niet meer volume te verdelen.' Ook ibr en igs leveren in, samen ongeveer een miljoen euro, ofwel tien procent van hun totale begroting. Volgens Van Ast is een fusie van deze twee instituten niet meer aan de orde, maar wordt nog gekeken hoe beide onderzoeksinstituten wel verder gaan.
Van Ast verwacht dat de bezuinigingen in de eerste geldstroom kunnen worden opgevangen door gelden uit de tweede en derde geldstroom binnen te halen. `Zo kan het onderzoek op niveau blijven.'
Mesa+ hoeft het niet met minder geld te doen omdat het college dit instituut strategisch van groot belang beschouwt voor de UT. Bmti is een jong instituut en moet volgens Van Ast verder opgebouwd worden nu ook het onderzoek van technische geneeskunde daar wordt ondergebracht. Daarom krijgt het instituut 1,8 miljoen extra voor ontwikkelen van expertise en het opzetten van onderzoek.