In zijn inaugurele rede gaat Eggen in op de kwaliteit van toetsen en dan specifiek op die in het onderwijs. `Je kunt de vraag stellen: wat zijn goede toetsen? Daar zijn kwaliteitscriteria voor, opgesteld door de COTAN, de Commissie Testaangelegenheden Nederland. Dan kijk je naar factoren als betrouwbaarheid, validiteit, efficiëntie en specificatie van de doelstelling', aldus Eggen. Volgens de bijzonder hoogleraar is de kwaliteit van toetsen lastig vast te stellen, omdat er geen goed onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende doelen. `Er zijn vier verschillende doelen. Eén doel is het afrekenen van groepen. In dat geval zeggen de resultaten iets over de competenties van een hele klas en niet over individuele leerlingen. Daarnaast zijn er toetsen om de voortgang van leerlingen te bepalen en toetsen om leren tot stand te brengen. Ten slotte heb je nog de traditionele toetsen, waarbij een docent op basis van de uitslag een besluit neemt over een kandidaat', legt hij uit. `Deze vier doelen hebben in mijn ogen niet dezelfde kwaliteitscriteria. Daarom moeten we ervoor zorgen dat we voor die aparte doelstellingen aparte criteria ontwikkelen.'
Dat is volgens Eggen niet zo gemakkelijk. `De beoordelaar is de zwakke schakel. Als je twee beoordelaars hebt, kom je altijd op verschillende beoordelingen uit.' Daarom pleit hij voor de invoering van computergestuurde adaptieve toetsen. Daarbij wordt de moeilijkheid van de opgaven tijdens het toetsen constant aangepast aan het niveau van de leerling. Beantwoordt hij een vraag goed, dan is de volgende opgave moeilijker. Is het antwoord fout, dan is de volgende vraag gemakkelijker. Op die manier is de vaardigheid van een leerling zo nauwkeurig mogelijk te bepalen. Iedere leerling wordt uitgedaagd op zijn niveau. En ook al krijgen de kandidaten verschillende vragen voorgelegd, hun resultaten blijven onderling vergelijkbaar. Een voorbeeld van een computergestuurde adaptieve toets is de rekentoets voor eerstejaars pabostudenten. De verwachting is dat dit type toets de komende jaren een grote vlucht zal nemen.
Eggen promoveerde in 2004 op dit onderwerp. Na zijn studie toegepaste wiskunde in Twente werd hij universitair docent bij toegepaste onderwijskunde. Sinds 1986 is hij verbonden aan het Cito in Arnhem. Elke maandag werkt hij op de UT, waar hij zich als bijzonder hoogleraar bezighoudt met de psychometrische aspecten van examinering. Hij doet onder meer onderzoek naar adaptieve toetsen en ontwikkelt statistische modellen.
Bijzonder hoogleraar Theo Eggen spreekt zijn rede vandaag (donderdag 9 april) om 16.00 uur uit in het Amphitheater in de Vrijhof.
| Theo Eggen (Foto: Gijs van Ouwerkerk) |