'Deze universiteit is een doorsneetent geworden'

| Redactie

Godfried van Lieshout neemt vrijdag 17 april afscheid van de UT. Na een dienstverband van bijna veertig jaar gaat de opleidingsdirecteur civiele techniek met pensioen. Nog één keer laat hij van zich horen. Met het hart op de tong, want zo kennen de meeste collega's hem.

Godfried van Lieshout. Foto: Arjan Reef
Godfried van Lieshout. Foto: Arjan Reef

Samen met zijn vrouw woont Van Lieshout sinds 2000 aan de Drienerbeeklaan op de campus. `Het is hier heerlijk wonen', vertelt hij. `Maar ja, voor hoe lang nog?' Hij doelt op het masterplan van het Kennispark Twente. De medewerkerswoningen maken in dat project plaats voor bedrijfspanden. `Ach, dat gebeurt pas in 2015', wuift Van Lieshout de kwestie weg. `Misschien loop ik dan wel achter een rollator, wie weet? Ik maak me er niet zo druk om!'

Toch doet zijn niet geringe aantal ingezonden brieven in het UT-Nieuws anders geloven. Van Lieshout schiet in de lach. `Ja, ik kan me boos maken als mensen domme dingen doen en dat verkopen als iets slims. Dat blaten, het hoog van de toren blazen, managerstaal, dat stoort me enorm. En ik vind het ook leuk om een stukje te schijven hoor. Overdag begint er dan iets te malen in mijn hoofd. Neem nou het viaduct van de Hengelosestraat. Dat moet verdwijnen om oppervlakte te genereren voor bedrijven waardoor het aantal arbeidsplaatsen toeneemt. Dat is zó onzinnig neergezet! Dus ontstaat er 's avonds, thuis achter de computer, een ingezonden brief. Onder het genot van een borreltje', glimlacht hij. `Veel reacties leverde het schrijfwerk overigens niet op. Ik heb ook nooit de illusie gehad dat het helpt.'

Alleen al het idee dat iemand het toch even gezegd heeft deed hem telkens naar de pen grijpen. Hij kan zich best voorstellen dat kringen zoals die rond het college van bestuur hem beschouwen als een enfant terrible. `Al kan ik het persoonlijk uitstekend vinden met de heren.' Maar sinds de komst van oud-rector Frans van Vught vindt Van Lieshout dat de bestuursstructuur in negatieve zin is veranderd. Die periode onder Van Vught schetst hij als een dieptepunt in zijn carrière. `De hele sfeer van optreden sprak mij niet aan. Horkerig. De arrogantie van de macht kwam naar boven. Sindsdien gedraagt het universiteitsbestuur zich steeds meer als een managementteam met doelen, plannen, streefcijfers en waar het allemaal naar toe moet met de UT.'

De laatste jaren merkte Van Lieshout steeds meer dat deze top-down houding cynisme onder werknemers in de hand werkt. `Dat zie ik aan opmerkingen als “ze doen maar” en “die bestuurders daar in de Spiegel”. Sinds de professionalisering van de managerslaag gaat het behoorlijk achteruit met de UT. Er is weinig meer over van het wij-gevoel. Sterker nog, er ontstaat steeds meer een wij-zij-houding.'

Trots op de UT? Dat was Van Lieshout de laatste tijd niet meer. `Deze universiteit is volstrekt een doorsneetent geworden. Vroeger vond ik het wel even nodig om op verjaardagen te zeggen dat ik bij de UT werkte, maar die behoefte werd minder. Het lijkt wel of er steeds meer effort wordt gestoken in de beeldvorming. Voorlichting kost miljoenen. En waarom? Er zijn niet meer studenten dan er zijn. We geven ongekende bedragen uit om een paar studenten weg te snoepen van andere universiteiten! Natuurlijk mag het voorlichtingsverhaal in een mooie verpakking zitten, dat snap ik best. Maar voor miljoenen? Vertel gewoon wat de studie inhoudt!'

Van Lieshout raakt op toeren en maakt van zijn hart geen moordkuil. Hij doet dat met een gezonde dosis relativeringsvermogen en humor. `Ik ben wars van blaten. Het is ongelooflijk dat men tonnen besteedt aan `branding' en dat een extern ingehuurd bureau moet bepalen wat wíj willen. Er lopen hier zoveel mensen rond. Die willen niet één ding. Ze willen allemaal wat anders. Laat dat lekker gebeuren. De faculteiten en onderzoeksinstituten kunnen zelf heel goed hun koers bepalen.' Dat draagt volgens Van Lieshout ook bij aan het verlangde wij-gevoel. `De bovenlaag mag zich wel wat bescheidener opstellen. Ze hoeven niet met de trompet voorop te lopen. Veranderingen kunnen het beste vanuit de faculteiten zelf komen.'

Door zijn jarenlange onderwijservaring weet hij dat als geen ander. Van Lieshout groeide op in Eindhoven en kwam uit een echt onderwijsnest. `Mijn vader was onderwijzer, mijn moeder gymnastieklerares en al mijn ooms waren leraar. Eentje runde een

sigarenwinkel.' Thuis ging het alleen maar over onderwijs. `Ik wist wel dat andere vaders in de zakenwereld of in een fabriek werkten, maar ik kon me er niets bij voorstellen.' Een beperkt wereldje, zo blikt hij terug. Daar kwam verandering in toen hij scheikunde ging studeren in Nijmegen. `Ik wilde uiteraard scheikundeleraar worden.' Zijn carrièrepad liep anders. `Ik ergerde mij tijdens mijn studie aan de onderwijskwaliteit. In 1969 kwam ik als faculteitsonderwijskundige naar Twente. Aanvankelijk voor een jaar. Dat zijn er dus veertig geworden.' Van Lieshout bekleedde verschillende functies binnen de UT. Eind jaren zeventig vertrok hij voor drie jaar naar Indonesië en werkte daar aan de Technische Universiteit in Bandung. In de jaren tachtig zat hij bij het toenmalige onderwijskundig centrum en vanaf 1993 was hij betrokken bij de opleiding civiele technologie & management, nu civiele techniek. Eerst als onderwijskundige en sinds 1995 als opleidingsdirecteur. `Ik ben trots op deze opleiding. Die zit leuk in elkaar. Er is veel afwisseling. De studie is twee keer gevisiteerd als een prima opleiding. Dat waren hoogtepunten in mijn loopbaan, want je bent toch een beetje mister civiele techniek, hè!' Over de faculteit zegt hij: `We hebben het getroffen met de decaan (Rikus Eising, red.). Hij is easy going. De staf is plezierig. No-nonsense, daar houden techneuten wel van.' Van Lieshout zegt niet zo heel veel meer met de UT in zijn hoofd rond te lopen. `Dat verbaast mij niet hoor. Dat past bij mijn karakter. Sinds februari heb ik mijn vakantiedagen opgenomen. Bij technische bedrijfskunde doe ik nog een accreditatieklus en af en toe ben ik best bereid hier en daar wat werk te doen als ik gevraagd wordt.' Thuis brengt hij veel tijd door in de keuken. `Koken is mijn grote hobby naast bridgen.' En die verrekijker op de bank? `Vogels kijken. Er zitten hier veel mooie soorten. Vanochtend zag ik nog een groene specht.'

Van Lieshout houdt op vrijdag 17 april om 14.30 uur zijn afscheidsrede in gebouw de Horst, zaal C101. Deze is voor iedereen toegankelijk. Aansluitend is er een receptie.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.