Scheve hoofden zijn `hot topic'

| Redactie

Sinds de jaren tachtig is het aantal baby's dat overlijdt aan wiegendood drastisch gedaald. Het aantal kinderen met een scheef hoofd neemt sindsdien echter toe. Daartussen bestaat een verband, weet promovenda Renske van Wijk van de MB-vakgroep Health Technology and Services Research. Zij volgt ruim zeshonderd kinderen om te onderzoeken wat de risicofactoren zijn voor het ontstaan van een scheef hoofd en of de zogenaamde helmtherapie uitkomst kan bieden.

Babyhoofdjes kunnen in de eerste paar maanden vervormen doordat de schedel nog zacht is. Dat kan gebeuren als kinderen altijd in dezelfde houding liggen, bijvoorbeeld als hun bedje richting de deur staat of als ouders hun kind altijd van dezelfde kant benaderen. De baby heeft dan een bepaalde voorkeurshouding waardoor het hoofd scheef kan groeien. Dat kan leiden tot asymmetrie van het gelaat en oren die niet recht staan. Sinds de jaren tachtig mogen jonge baby's niet meer op hun buik slapen, en tegenwoordig ook niet meer op hun zij, omdat dat wiegendood tot gevolg kan hebben. Het sterftecijfer is behoorlijk teruggelopen. Maar doordat baby's nu vooral op hun rug liggen en als ze wakker zijn te weinig op hun buik gelegd worden, krijgen steeds meer kinderen te maken met vervorming van het hoofd.

`Voor zover we weten is het een puur cosmetisch probleem en heeft het geen gevolgen voor de hersenen', vertelt promovenda Renske van Wijk. Ze studeerde af als bewegingswetenschapper in Maastricht en startte twee maanden geleden bij de faculteit MB met haar onderzoek naar scheve babyhoofden. `Je hoort er steeds meer over. Er komen zelfs spreekuren voor scheve hoofden bij kinderfysiotherapeuten. Je kunt bijna spreken van een hype. Daarom is het ook zo belangrijk dat we nu onderzoek doen naar welke kinderen een scheef hoofd ontwikkelen, wat risicofactoren zijn en wat geschikte preventie- en behandelmethoden zijn. Anders gaan mensen hun eigen conclusies trekken.'

Renske van Wijk
Renske van Wijk
(Foto: Gijs van Ouwerkerk)

In medische termen doet Van Wijk onderzoek naar plagiocefalie en brachycefalie, twee verschillende varianten van een scheefgegroeid hoofd. In samenwerking met 74 kinderfysiotherapeuten in Drenthe, Overijssel en de Achterhoek gaat de promovenda ruim zeshonderd baby's van twee tot vier maanden met een voorkeurshouding of afgeplat hoofd volgen. Op de leeftijd van vijf maanden, een jaar en twee jaar volgt er een nieuw meetmoment. `Het liefst zou je ook na vier en na zeven jaar nog meten, maar dat valt buiten dit onderzoek', legt Van Wijk uit. `Je hebt namelijk een natuurlijk beloop, misschien groeit het hoofd uiteindelijk vanzelf weer recht.'

Van Wijk baseert haar onderzoek op werk van haar begeleiders. UT-onderzoeker Magda Boere-Boonekamp deed preventieonderzoek naar voorkeurshouding en Leo van Vlimmeren (UMC St. Radboud in Nijmegen) heeft bewezen dat kinderfysiotherapie effectief is bij het behandelen van voorkeurshouding en scheve hoofden. `Maar we zijn nog zoekende hoe je kunt behandelen als fysiotherapie is uitgewerkt. Daarom doen we deze studie. We volgen welke keuzes ouders maken, laten ouders en kinderfysiotherapeuten vragenlijsten invullen en kijken welke kinderen na vijf maanden nog een scheef hoofd hebben.'

Zo hoopt Van Wijk inzicht te krijgen in de risicofactoren voor scheve hoofden. Ze heeft daar al wel enkele vermoedens over. `Behalve met rugligging hangt het samen met de manier van verzorgen. Flesvoeding is bijvoorbeeld een mogelijk risico. Bij borstvoeding ligt de baby afwisselend aan de linker- en rechterborst, terwijl ouders bij flesvoeding vaak de voorkeursarm gebruiken.'

Als Van Wijk deze uitgebreide voorstudie heeft afgerond, onderzoekt ze welke rol de zogenaamde helmtherapie kan spelen. Steeds vaker krijgen ouders van kinderen met een scheef hoofd het advies hun kind 23 uur per dag een helm te laten dragen die het hoofd als het ware recht moet drukken. `Zo'n helm wordt vergoed door de verzekeraar, maar we weten helemaal niet of het een goede behandelmethode is. Eigenlijk wordt er dus zorg verleend zonder dat de effectiviteit bewezen is. Jaarlijks worden zo'n 2500 tot 3000 helmen aangemeten. Ook daarom is dit onderzoek juist nu nodig.'

Voorbeeld van een baby die lijdt aan plagiocefalie.
Voorbeeld van een baby die lijdt aan plagiocefalie.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.