'Beeldvorming rond wiskunde moet beter'

| Redactie

Zijn opleiding verzorgt meer onderwijs buiten de deur dan erbinnen. Volgens Jan Willem Polderman, sinds een half jaar opleidingsdirecteur van de afdeling toegepaste wiskunde, werkt dat `serviceonderwijs' uitstekend, getuige de onderwijsprijzen voor TW-docenten bij drie verschillende studies. De opleiding scoort ook goed in visitaties en de Keuzegids Hoger Onderwijs. Toch staat Polderman voor een paar grote uitdagingen: de instroom omhoog en een betere aansluiting met het vwo.

Jan Willem Polderman;…‘kleinschaligheid als sterkte en zwakte’. Foto: Gijs van Ouwerkerk
Jan Willem Polderman;…‘kleinschaligheid als sterkte en zwakte’. Foto: Gijs van Ouwerkerk

De meeste opleidingsdirecteuren gaan alleen over hun eigen opleiding. Jij niet, leg eens uit.

`Wij verzorgen vrijwel al het wiskundeonderwijs op de UT. Alle opleidingen binnen de drie technische faculteiten en met name technische bedrijfskunde bij MB hebben wiskunde in hun pakket. Die opleidingen zijn klanten van ons. Niet in de zin “u vraagt, wij draaien”, maar zij kunnen wel aangeven welke theorie ze in hun curriculum willen opnemen. Wij kijken welke vakken daarbij passen, hoe de accenten moeten liggen en we verzorgen de examinering. Inhoudelijk zijn wij verantwoordelijk. Het leuke is dat ik zo contact heb met veel opleidingsdirecteuren die elk hun eigen visie hebben. En we doen het nog goed ook, want bij drie opleidingen heeft een TW-docent de onderwijsprijs gewonnen.'

TW was in december de beste wiskundeopleiding in de Keuzegids Hoger Onderwijs. Levert dat studenten op?

`Het is onbekend wat voor invloed dat heeft op de instroom. Je weet niet hoe scholieren ermee omgaan. Maar ik heb het natuurlijk op de voorlichtingsdagen niet verzwegen. Er gaat namelijk wel een signaal van uit. De opleiding steekt goed in elkaar. Er heerst een sfeer van laagdrempeligheid, ons sterke punt is kleinschaligheid. Tegelijkertijd is dat ook onze zwakte. De instroom schommelt rond de dertig studenten, we zouden best vijftig tot zestig willen halen.'

Hoe bereik je die hogere instroom?

`Wiskunde wordt nooit een massastudie, dat hoeft ook niet. Het probleem is dat we niet precies weten hoe het komt dat weinig scholieren voor wiskunde kiezen. We organiseren allerlei activiteiten om vwo-leerlingen al vroeg bij de universiteit te betrekken, zoals de wiskunde-estafette en masterclasses. Bij die evenementen zie ik dat middelbare scholieren wiskunde echt wel leuk vinden. Maar we moeten de beeldvorming verbeteren. Je moet er niet direct bij je vriendjes uit liggen als je zegt dat je wiskunde gaat studeren. Het heeft weliswaar geen nerdimago, maar het is wel vaak onduidelijk wat je ermee kunt worden en leerlingen beschouwen het als moeilijk. Dat merken we zelf ook, de aansluiting vanaf het vwo is er niet gemakkelijker op geworden.'

Wat kun je doen om die kloof tussen vwo en universiteit te dichten?

`Een heel belangrijk thema. Op de korte termijn geven we aansluitingsonderwijs - aan de term herstelonderwijs heb ik een hekel, het suggereert dat er iets kapot is - maar je wilt natuurlijk dat er iets op het vwo verandert. Gelukkig is er een en ander gaande. De exameneisen worden strenger en wij maken ons sterk voor een nieuw vak, wiskunde D. Helaas zijn scholen niet verplicht het aan te bieden, maar wij proberen het wel te stimuleren. Verder nemen we onze verantwoordelijkheid door het beroep van wiskundeleraar te promoten, onder andere door samen met ELAN de educatieve minor op te zetten. Als er onderbevoegde leraren voor de klas staan, werkt dat enorm in je nadeel. Het uitgangsniveau van de opleiding naar beneden bijstellen, is in ieder geval geen optie. We merken dat na wat opfrissen en extra expliciete aandacht vwo'ers wel degelijk aanleg voor wiskunde hebben.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.