De door de studenten ontworpen voertuigen ogen misschien wat minder spectaculair dan die van de buren op de afdeling luxury & sports cars, vernuftig zijn ze zeker. Trots kijkt C,mm,n-coördinator Sander Veenstra toe hoe de eerste passagier de rijsimulator instapt. De onlangs afgestudeerde UT'er vindt het `supergaaf' om op de RAI te staan. `De autobeurs is echt groots! En er staan zóveel mooie wagens. Wij staan pal naast een fraaie Formule 1 auto.' Op de vraag of hun stand niet wat uit het zicht staat, legt Veenstra uit dat een afgeschermde, lichtluwe ruimte nodig is om de beamers van de simulator goed hun werk te laten doen. De zelfgebouwde namaakauto is namelijk het paradepaardje van de Universiteit Twente. De eerste proefpersoon vertrekt en trapt het pedaal stevig in. Omstanders lachen. Ai, het is misse boel bij de eerste bocht. Die wordt te ruim genomen. De bestuurder pikt abusievelijk wat plukken gras mee. `Het is even wennen om zo te rijden', erkent Veenstra.
Het gevaarte bestaat uit een wit frame met daarin de gebruikelijke bestuurdersstoel, pedalen en het stuur. Het voertuig staat stil voor een groot scherm waarop de nagebootste rijomgeving beweegt. In het dashboard zitten allerlei slimme tools verstopt om het rijden op de weg veiliger en efficiënter te maken. Om de beurt lichten ze in verschillende kleuren op. Het zijn ideeën van de toekomst. Studenten van de UT, gekleed in witte overalls, houden zich binnen het C,mm,n-project voornamelijk bezig met de beleving van die slimme tools. `We willen mensen nieuwe technologieën in een gesimuleerde omgeving laten ervaren. We proberen erachter te komen wat de gebruikers ervan vinden en we willen zo een discussie op gang brengen. Daarom is het belangrijk dat we hier staan. Op deze manier betrekken we het publiek bij de mobiliteit van de toekomst.'
Eén van die nieuwe technieken is het coöperatief rijden. `We verwachten dat auto's in de toekomst met elkaar kunnen communiceren. Het benodigde `kastje' hebben we nog niet ontwikkeld, maar via radiogolven of via een radar zal zo'n apparaat net als een TomTom informatie kunnen verstrekken', legt Veenstra uit. Collega Martijn Eenennaam, onlangs aan de UT afgestudeerd bij telematica, wijst op de voordelen. `Bestuurders reageren heel sterk op elkaar. Wanneer de voorste auto van tachtig naar zestig kilometer per uur gaat, laat de automobilist erachter zijn voertuig teruglopen naar de veertig kilometer, de auto daarachter remt richting de twintig, enzovoorts. Met het communicatiesysteem haal je dit harmonica-effect eruit. De computer neemt als het ware het menselijk handelen over. Zo verbeter je dus de doorstroming.' De alumnus omschrijft het project als een prachtig multidisciplinair initiatief. Over de AutoRAI zegt hij: `We kunnen nu patsen met wat we hebben uitgedacht.' Hij lacht: `De mensen in het wild spelen met ons speelgoed. Dat is hartstikke leuk om te zien.'
Een ander item waar de UT'ers aan werken is het zogeheten slib streaming: het zeer dicht achter elkaar rijden van auto's. Veenstra: `Denk aan een afstand van dertig centimeter. De luchtweerstand wordt daardoor minder. De auto verbruikt minder energie en de wegcapaciteit wordt vergroot. De auto neemt de rijtaak over, detecteert wat de voorligger doet en past de snelheid daarop aan. Omdat het systeem ook de wegbelijning herkent, is sturen niet meer nodig. De bestuurder kan rustig zijn e-mail even checken. Hoe internet in de auto komt, wordt vast ooit wel uitgedacht.'
Autonoom rijdende auto's, dat is nog verre toekomstmuziek. Eerst moeten praktische zaken weg gedefinieerd worden, zegt Veenstra. `Bij volledige zelfstandigheid laat je alles over aan de computer. Dat betekent dat je ook alle mogelijke situaties aan de computer moet vertellen. De mens is altijd nog beter qua inschattingsvermogen. Daar moet nog echt een slag worden gemaakt.'
| De UT-ploeg van links af: Nick Leoné (IO), Martijn Eenennaam, Stefan Binnemars (IO), Gertjan Tillema (CIT) en Sander Veensta. Foto: Sandra Pool. |
| De eerste proefpersoon vertrekt en trapt het pedaal stevig in. |