Over en sluiten

| Redactie

TandartsHet is altijd lente in de ogen van de tandartsassistentie, maar zodra de stoel achterover kantelt lijkt het eerder een donkere herfstdag dan een aangename voorjaarsmiddag. Als peuter vonden we het al een hel als moeder grondig met een tandenborstel ons melkgebitje te lijf ging. Dat werd alleen maar erger toen we kennis maakten met die meneer in witte jas met spiegelende lepeltjes en gehaakte martelwerktuigen waarmee hij tot bloedens toe in ons tandvlees prikte. `Beter poetsen kereltje', klonk het dan streng.

Een kwart van de Nederlanders is bang voor de tandarts, maar er gloort hoop. We lezen namelijk dat UT-promovenda Karin Dijkstra iets heeft verzonnen om de tandartsangst te verminderen. Draai klassieke muziek, want dat werkt ontspannend en levert aanzienlijk minder stress op dan de popmuziek die tandartsen meestal op hebben staan. Waarom dat zo is, weet de onderzoekster niet en wij betwijfelen überhaupt of het helpt. Beethovens Für Elise werkt bij ons namelijk behoorlijk op de zenuwen. We horen het martelgerei al tikken, klaar om ons te pijnigen. En als je, al liggend en met spierpijn in je kaken, opeens de Radetzkymars van Strauss ingezet hoort worden, voorspelt dat weinig goeds voor de wortelkanaalbehandeling die er aan zit te komen. Nee, om onze angst een beetje weg te nemen, zal de tandarts toch met zwaarder geschut moeten komen. Keiharde drums, heavy metal of desnoods een hoge monotone fluittoon. Als het maar onherkenbaar is en de volumeknop vol opengedraaid wordt. Het levert wat gehoorschade op, maar dat nemen we voor lief. Zolang het die afgrijselijke boor maar overstemt.

Denkwerk
Je pense, donc je suis. Oftewel: ik denk dus ik ben. Een stelling van René Descartes. De Franse filosoof scheidt met deze uitspraak de geest van het lichaam. Knap staaltje denkwerk. Outbox of inbox bedacht? Het doet er niet toe. We zijn er! Of toch niet?
Of geestelijk wel en fysiek niet? Enfin, afgelopen weekend zette een groepje studenten hun hersenpan aan het werk. Op een kampeerboerderij in het Calvinistische Rijssen of all places volgden ze de cursus creatief denken. Creatief en Rijssen perst zich best moeizaam samen in één zin, maar degelijke zondagrust zal het brein vast goed doen. Die rust was echter voor de deelnemers ver te zoeken. Het krakende molentje moest flink aan de bak. Aan elke denkwijze hingen ze een kleurenlabel. Zo staat geel voor open minded en zwart voor negatieve gedachten. Ze moesten overdrijven en extremen verzinnen. Grenzen op zoeken of juist over scheidslijnen heen kijken. In inbox en outbox denken. En tot slot ook crimineel denken. Op z'n boefjes dus. Criminalistiek bevordert blijkbaar de creatieve geest. Het is een kwestie van teruggrijpen op eeuwenoude bandieten spirit en ordinaire roversmentaliteit. Is het brutale jat- en gapwerk toch nog ergens goed voor. Ach, out of the box. In the box. In Rijssen zouden ze zeggen: in de boks en uit de boks. Vrij vertaald: in de broek en uit de broek. Toch nog op heterdaad betrapt, die studenten. Dáár zaten ze dus met hun gedachten. De boefjes. In de broek en uit de broek. Geen: Je pense, donc je suis, maar je baise, donc je suis!

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.