Geval 2.) De tegenstander schiet de bal met een lange trap naar voren. Over onze defensie heen. Ik ren er achteraan en weet de bal met een perfect uitgevoerde sliding buiten het veld te werken. Daarbij neem ik ook de man mee. Hun opstormende linkerspits. Hij valt ongelukkig op zijn arm. Ik help hem overeind en zeg sorry. Even later laat hij zich wisselen.
Geval 3.) Na de wedstrijd gaan we wat drinken in de kantine. Het is er druk. Als we gaan zitten aan het ene vrije tafeltje, zie ik een mobieltje liggen. Ik pak hem op en ren naar buiten, achter de twee mannen aan die we net zagen vertrekken. Ik tik ze op de schouder en zeg: sorry, is deze misschien van een van jullie? Ze ontkennen. Binnen geef ik het mobieltje af achter de bar.
Geval 4.) Als ik wil vertrekken wordt mijn auto geblokkeerd door een Harley-Davidson. Verderop staat een groepje Hells Angels. Ik loop op ze af en vraag of ze hun motor even opzij zouden willen zetten. Aan het gezicht van de heren valt af te lezen dat ze mijn bescheiden particuliere verlangen als een grote inbreuk op hun vrijheid ervaren. Ik zeg nog sorry, maar dat is te laat om een bloedneus te voorkomen.
En dan nu de quizvraag. In welke van deze vier gevallen was het terecht dat ik sorry zei? Okee, ik geef toe, tot dusver zei ik het ook in al deze situaties. Maar toen kende ik de excuus-norm van Cohen nog niet. Je mag alleen sorry zeggen als je oprecht van mening bent dat je iets fout hebt gedaan. Als je het een volgende keer anders zult doen. Maar ook een volgende keer zal ik echt niet het stratenboek van het gehucht waar ik voetbal uit mijn hoofd leren. En die sliding was perfect; die hoop ik nog vaak te maken. En als ik nogmaals een mobieltje vind, zal ik die weer proberen terug te geven aan een mogelijke eigenaar. Maar Hells Angels aanspreken! Inderdaad, sorry, dat zal ik nooit meer doen.