Er zaten weinig studenten in het Amphitheater. Toch denkt Sebes dat ook zij schrijven. `Aan universiteiten als Leiden en Amsterdam, waar je letterenstudies hebt, wordt ongetwijfeld meer geschreven dan hier, maar men zegt dat een op de vijfentwintig Nederlanders schrijft. Daar zitten dus ook studenten bij.'
Het liefst sleept Sebes jonge auteurs binnen. In het uitgeversvak geldt haast het motto `hoe jonger hoe beter'. `Je hebt liever iemand die op zijn vijfentwintigste begint dan op zijn vijfenzestigste. Je gaat een langdurige relatie met iemand aan en uiteindelijk hoop je dat je ooit een keer de nieuwe Hermans hebt binnengehaald', aldus de literair agent. `Maar', nuanceert hij vrijwel meteen, `ik heb geen haast. Als iemand op zijn twintigste nog niet goed genoeg is, wachten we gerust tot hij vijfentwintig is voordat we zijn werk proberen te verkopen. Overigens zijn de auteurs die we jonge schrijvers noemen, meestal dertigers.'
Studenten, of jonge mensen in het algemeen, zijn ook een marketingtool, beaamt Sebes. Ze verkopen goed. Maar alleen in combinatie met kwaliteit. Enerzijds hebben studenten vaak minder levenservaring, anderzijds hoef je ook niet helemaal doorleefd te zijn om goed te kunnen debuteren.'
In zijn boek Bestseller geeft Sebes tientallen tips voor beginnende schrijvers die willen doorbreken. Daarin maakt hij, net als in zijn cursussen, weinig onderscheid tussen bepaalde groepen auteurs. Na kort nadenken komt hij op verzoek met drie tips speciaal voor studenten.
`De eerste luidt: geen haast hebben', zegt Sebes. `Dat vind ik overigens slecht aan de studies van tegenwoordig. Daarbij is wel haast geboden, voor schrijven moet je echt de tijd nemen.'
`Durf te schrappen, te schaven, weg te gooien en opnieuw te beginnen', begint de literair agent zijn tweede tip. `Zo zal het ook gaan bij het schrijven van een paper of een scriptie. Als je tot de helft komt en dan helemaal vastloopt, moet je het hele hoofdstuk weg durven gooien en opnieuw beginnen. Je moet niet blijven hangen. Ook ervaren auteurs doen dat, ook zij schrijven een heleboel dat uiteindelijk voor niets blijkt te zijn.'
Ook in zijn derde tip vergelijkt Sebes het schrijven van fictie met de wetenschap. `Doe vooral goed vooronderzoek', zo adviseert hij. `Ga niet als een kip zonder kop zitten tikken. Of je nou een roman schrijft, non-fictie of wetenschap, zorg dat je een plan hebt. Ook bij hun vijftiende boek doen schrijvers research. Niemand schrijft een verhaal even van a tot z op.'
| Paul Sebes: `Ga niet als een kip zonder kop zitten tikken.' Foto: Gijs van Ouwerkerk |