Jan de Boer werkt bij de vakgroep Tissue Regeneration van het onderzoeksinstituut van biomedische technologie en technische geneeskunde. Hij houdt zich bezig met botherstel en het kweken van synthetische materialen en stamcellen. `Sterven is een proces dat aanduidt dat de levensfuncties van een levend wezen wegvallen tot de dood is bereikt', citeert hij Wikipedia. `Verouderen lijkt onvermijdelijk. Mensen worden steeds ouder, sinds we penicilline hebben en kanker beter kunnen behandelen. Maar de meesten gaan uiteindelijk dood door een infectie, omdat hun immuunsysteem niet meer functioneert', aldus De Boer.
Hetzelfde geldt voor een auto. Die gaat kapot na een aanrijding of ongeluk óf door slijtage en verroesting. Als voorbeeld haalt hij zijn tien jaar oude Opel Astra aan, waarvan vorig jaar de motor vastliep. Volgens zijn garagehouder moest er niet alleen een nieuwe motor in gezet worden, maar waren er nog meer mankementen. `De geschatte kosten waren drieduizend euro. Zijn die kosten het waard bij een auto van 1999 met 225-duizend kilometer op de teller? Onderhoud loont, maar er is een grens aan de mate waarin die bepaald wordt door de verwachte levensduur. Dus moet je een keuze maken of je `m nog gaat repareren of niet', vertelt De Boer.
| Jan de Boer (Foto: Gijs van Ouwerkerk) |
Een mensenlichaam zit volgens hem net zo in elkaar. Ook daarvoor is een financiële grens vastgesteld, weet De Boer. De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg heeft becijferd wat een jaar leven in goede gezondheid kost: tachtigduizend euro. Als een medische behandeling meer kost om één patiënt één extra levensjaar van goede kwaliteit te bieden, moet die ingreep dan nog wel gedaan of vergoed worden? `Dat klinkt hard. Maar je kunt dat geld maar één keer uitgeven. Doe je dat dan voor een operatie van een vrouw van 88 met een heupfractuur of kies je voor een kind met een botbreuk? Op een gegeven moment herstel je niet meer zo snel als aan het begin van je leven. Maatschappelijk gezien is het onacceptabel als je zo redeneert, maar zo zit het nou eenmaal in elkaar.'
De Boer wijst erop dat de kwaliteit van botten achteruitgaat door slijtage, ongelukken en ziekten. Om de natuur een handje te helpen, wil hij botweefsel maken vanuit beenmergstamcellen. Daarmee heeft hij ervaringen opgedaan met muizen. Om een relatie tussen dna-schade en veroudering aan te tonen, heeft hij muizen gekruist. Deze dieren vertonen net als mensen bepaalde verouderingssymptomen: een rimpelige huid, grijze haren en botontkalking. `Slecht functioneren of het afsterven van cellen ligt aan de basis van veel verouderingssymptomen. Die symptomen correleren met gevoeligheid voor oxidatieve schade. Vergelijk het met een spijker, die door zuurstof gaat roesten. Ook huidcellen en botweefsel gaan in de loop der jaren achteruit. De cellen van ons lichaam hebben een eindige levensduur. De klok tikt', legt hij uit.
De vakgroep Tissue Regeneration probeert daar invloed op te krijgen door zich met onderzoek te richten op de kwaliteit van het leven. Maar de mens onsterfelijk maken, zit er niet in. `Het blijft allemaal uitstel van executie. Gelukkig maar. Want rekken en erbij blijven, daar is niemand in geïnteresseerd. Het is niet de duur, maar de kwaliteit van leven die ertoe doet.'
Dinsdag 24 maart aanstaande is er nog een lezing van Studium Generale over onsterfelijkheid. Van 19.30 tot 21.00 uur spreekt verpleeghuisarts, filosoof en schrijver Bert Keizer over zijn ideeën en bevindingen. Plaats: Amphitheater Vrijhof.