| Peter Apers (Foto: Gijs van Ouwerkerk) |
Deze workshop staat gepland voor juni. Onder begeleiding van wetenschappelijk directeur Hans Kuipers van IMPACT gaan UT-medewerkers van verschillende disciplines kennis uitwisselen over de wijze waarop zij met duurzame energie bezig zijn en wat hun wensen zijn. De UT-medewerkers Gerard Smit, Maarten Arentsen en Paul Kersten zijn de trekkers van deze workshop. `We hebben in eerste instantie voor dit thema gekozen, omdat we binnen de instituten de kennis in huis hebben om dit onderwerp uit te diepen. Het is ook nog eens actueel, gezien de verkoop van Essent aan het Duitse energiebedrijf RWE', verklaart voorzitter Peter Apers van de werkgroep excellent onderzoek, die zich buigt over de vraag hoe de UT toponderzoek kan stimuleren en zichtbaar maken voor een breed publiek.
Andere thema's die de komende jaren prominente aandacht zullen krijgen, zijn gezondheid, water, veiligheid en lifelong learning. `Deze onderwerpen komen natuurlijk niet uit de lucht vallen. Die zie je tegenwoordig nadrukkelijk opduiken in allerlei discussies. Een ander criterium is dat er voldoende maatschappelijke stakeholders zijn, zoals de overheid en de EU, om mee samen te werken en dat die stakeholders er ook in willen investeren', licht Apers toe. Op korte termijn zullen onderzoekers uit verschillende disciplines elkaar uitdagen rond deze thema's om nieuwe multidisciplinaire onderzoeksprogramma's op te zetten. Zij mogen rekenen op een `initiële investeringsruimte' van de UT om plannen op te zetten, waarvoor `additionele financiering' moet worden verworven. Apers verwacht dat dit geen probleem zal zijn, omdat het gaat om grote maatschappelijke vraagstukken, waaraan ook het kabinet veel waarde hecht en waarvoor subsidie beschikbaar wordt gesteld.
Alle vijf thema's worden op deze manier behandeld. Op het gebied van gezondheid is al een aantal jaren ervaring opgedaan met geïntegreerde samenwerkingsprojecten. De andere thema's komen later aan bod. Een aankondiging daarvan zal op de website van de UT gepubliceerd worden, waarna belangstellenden zich kunnen aanmelden. Iedereen die geïnteresseerd is, kan naar zo'n workshop komen en een bijdrage leveren.
De projecten hebben als doel ontmoetingen rond specifieke toepassingsgebieden verder te stimuleren en bèta- als gammawetenschappers te laten samenwerken. Dat gebeurt onder directe aansturing van de wetenschappelijke instituten. Apers: `Als je kijkt naar de grote problemen in de samenleving kun je niet vanuit één discipline werken, maar moet je deze vanuit verschillende invalshoeken bekijken en zoeken naar de raakvlakken tussen de disciplines. Daar zitten de uitdagingen. Wij gaan daarbij een stap verder door ook de maatschappijwetenschappen erbij te betrekken. De kracht van de UT is dat wij heel gemakkelijk kunnen schakelen. Dat is gegroeid binnen de instituten. Die zijn ermee bekend om over de grenzen heen te kijken en die en die erbij te betrekken. Daar is de UT heel sterk in ten opzichte van universiteiten die geen onderzoeksinstituten kennen', weet hij als wetenschappelijk directeur van CTIT uit eigen ervaring.
De multidisciplinaire projecten worden binnen de instituten en samen met relevante stakeholders uitgevoerd. Speciale promovendiplaatsen zullen voor een extra impuls zorgen. Omdat de UT een sterk internationaal onderzoeksnetwerk mist zal er samenwerking worden gezocht met andere Europese universiteiten, waarmee de instituten contacten hebben. Apers benadrukt daarbij het belang van het EIT, het European Institute of Innovation and Technology, waarin ook de UT met een aantal partners deelneemt.
Apers ziet het als een `enorme uitdaging' voor de UT om haar maatschappelijke zichtbaarheid te vergroten. `Dat zal een goede balans vergen tussen wat wij aan kennis hebben en waar de samenleving op zit te wachten. Dat vereist technisch en maatschappijwetenschappelijk onderzoek. Route '14 betekent dat de UT echt een gezicht krijgt met een vloeiende combinatie van die twee. Dat gezicht moet realiteit worden.'