Een brug slaan tussen zorg en techniek

| Redactie

Ze wil een brug slaan tussen de zorg en techniek. De monitoring- en feedback-systemen voor thuisbehandeling van chronisch zieken waar ze aan werkt, zijn er een voorbeeld van. Miriam Vollenbroek is op 1 januari benoemd tot (EWI)-hoogleraar Technology supported cognitive training for rehabilitation. Ze gebruikt technische innovatie in de benadeling van chronische aandoeningen om zo het zelf managen van pijnklachten te ondersteunen.

De Zuidhorst is voor één dag in de week, op donderdag, haar nieuwe werkplek. Tegen drie uur gaat ze die dag naar huis, in Geesteren, om haar twee kinderen van school te halen. In de avonduren wordt er gewoon doorgewerkt. `Dat kan best. Ik vind dat geen straf, want mijn werk is enorm leuk. Bovendien heb ik een partner die ook fulltime werkt en meedenkt om de zorg voor de kinderen zo goed mogelijk te combineren met beide banen.' De rest van de dagen brengt Vollenbroek (37) als clustermanager technology assisted pain rehabilitation door bij Roessingh Research and Development. `Ik ben er eigenlijk blijven hangen', begint de nieuwe hoogleraar die in Nijmegen biomedische gezondheidswetenschappen studeerde en in 1999 promoveerde aan de UT op een onderzoek naar meetmethoden voor chronische pijnklachten. `Chronische pijn blijft fascinerend. Als je iemand vraagt, heb je wel eens rugpijn, zegt tachtig procent van onze bevolking ja. Vraag je vervolgens of de klachten er altijd zijn of vaak terug keren, dan antwoordt tien procent instemmend. Dat zijn zo'n twee miljoen mensen met chronische pijn. Een groot deel van deze groep shopt jarenlang medisch rond. Ze gaan van zorginstelling naar zorginstelling, maar de klachten blijven. Dat leidt vaak tot grote frustratie en tot een verlies van het vertrouwen in ons zorgsysteem. Ik geloof er echt in dat ik deze mensen kan helpen met nieuwe revalidatietechnieken ter ondersteuning van zelfmanagement en zelf-empowerment. Dat geldt niet alleen voor patiënten met pijnklachten. Ook mensen met chronische bronchitis en longemfyseem (COPD) komen ervoor in aanmerking.'

Bij Roessingh Research and Development leidt Vollenboek een onderzoekslijn om behandelprogramma's voor chronische pijn te innoveren. `Vanuit mijn biomedische achtergrond wil ik er achterkomen welke aspecten afwijken van het functioneren bij

chronische zieken ten opzichte van gezonde mensen. Dat afwijkende grijpen we vervolgens aan om gedrag te veranderen zonder dat we rechtstreeks op de pijn interveniëren.' En daar komt de technologie om de hoek kijken. `Patiënten volgen momenteel een multidisciplinair revalidatietraject om weer een gezonde conditie op te bouwen. Thuis moeten ze ook aan de slag, maar je ziet vaak dat de behandeleffecten dan slecht beklijven. Patiënten vervallen vaak weer in hun oude patroon.' En dat heeft weer een negatief effect op de gezondheid.

De nieuwe hoogleraar gelooft daarom sterk in een behandelmethode die chronisch zieken helpt inzicht te geven in hun eigen ziektebeeld. `Als ze dat eenmaal hebben, dan moeten ze leren zoveel mogelijk hun eigen behandelaar te zijn.' Ze legt uit dat door het gebruik van technologie patiënten tijdens de revalidatie ook thuis aan het werk kunnen, feedback krijgen en de tijd hebben om te oefenen totdat de behandeling ingebakken zit in het dagelijkse leefpatroon. `Een monitoring- en feedback-systeem moet patiënten niet alleen bewust maken van hun ziekte en hen aanzetten tot ander gedrag, maar het moet ook leiden tot het goed onderhouden van dat nieuwe gedrag.' Een voorbeeld. `COPD-patiënten kunnen tijdens inspanning benauwd worden, daardoor in paniek raken en angst ontwikkelen om zich nog meer en verder in te spannen.

Door ambulante monitoring en feedback kunnen ze leren hoe en wat voor hen veilig bewegen is.' Een zogeheten `on body' systeem bestaat uit sensoren die meten en feedback geven. Het systeem registreert bijvoorbeeld zuurstofsaturatie en hartslag. `Wij leren de patiënten deze signalen te herkennen en te begrijpen zodat ze weten wat veilig is.'

Vollenbroek houdt zich bezig met de vraag hoe die feedback voor patiënten met chronische ziekten eruit moet zien. Een van deze behandelingen, een Myofeedback behandeling, wordt momenteel getest in een Europees onderzoeksproject, onder leiding van de nieuwe hoogleraar. `De patiënten dragen een hesje met sensoren. Via een EMG-systeem (elektromyogram) meten we de spierspanning in de nek en schouders. De geregistreerde data wordt via een PDA of mobiele telefoon verzonden naar de zorgprofessional, maar geeft ook feedback aan de patiënt.'

Hoe die boodschap verpakt moet worden, daar gaat Vollenbroek over. `Het type feedback is van belang. Geef je alleen feitelijke informatie of vel je ook een waardeoordeel? En hoe vaak informeer je patiënten: dagelijks, wekelijks of op elk wenselijk moment? Alles kan al naar gelang de behoefte van de patiënt. Daarom betrekken wij chronisch zieken en de betrokken zorgprofessional in een vroeg stadium bij het onderzoek om erachter te komen of ze de techniek accepteren en hoe ze die gebruiken. Zo hechten patiënten met lage rugpijn bijvoorbeeld veel waarde aan groepsdynamica. Dat zit nu nog niet ingebouwd in de technologie. Ook het face to face contact met de zorgprofessional zal altijd blijven bestaan. `De techniek is een aanvulling, maar patiënten gaan daarin wel heel ver met ons mee. En zo'n PDA, ja die gaat echt op verjaardagen rond.'

Miriam Vollenbroek. Foto: Gijs van Ouwerkerk
Miriam Vollenbroek. Foto: Gijs van Ouwerkerk

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.