| Jeroen Cornelissen. Foto: Gijs van Ouwerkerk |
Of hij een topwetenschapper is? Jeroen Cornelissen moet wel even lachen als hem die vraag wordt gesteld. `Nou ja, natuurlijk voel ik me wel vereerd als ik zoiets lees. En ik denk dat mijn generatie het ook behoorlijk goed doet in de wetenschap. Aan de andere kant, mijn prestaties vallen niet te vergelijken met onderzoekers die al twintig jaar in het vak zitten. Voor mij persoonlijk zijn de toppers toch mensen zoals David Reinhoudt, Roeland Nolte en Sam Stupp.'
Cornelissen groeide op in de buurt van Den Bosch, studeerde scheikunde aan de Radboud Universiteit en promoveerde er later ook. Op kerstavond 2000 kreeg hij een telefoontje of hij belangstelling had voor een postdocfunctie van een jaar aan het prestigieuze IBM Almaden Research Center in de heuvels van Californië, VS. IBM heeft een drietal laboratoria in de wereld en is befaamd om de Nobelprijswinnaars die er werken. `Het is dus niet zo dat je daar zomaar even kunt solliciteren. Om in een laboratorium van IBM te kunnen werken, heb je een kruiwagen nodig. Ik werd voorgedragen door professor Bert Meijer (Meijer wordt gezien als grondlegger van de macro-organische chemie en won in 2001 de Nederlandse Spinoza-premie, red.) Zo kwam het balletje aan het rollen, zijn aanbeveling hielp enorm.'
Cornelissen verbleef in 2001 en 2002 in Amerika. Dat jaar gebruikte hij vooral om een kijkje te kunnen nemen in de wereld van het industriële onderzoek. `Leuk om te zien hoe anders dat is in vergelijking met het onderzoek op een universiteit. Al is het onderzoek bij IBM ook behoorlijk fundamenteel. Het werd voor mij in Amerika echter wel duidelijk dat ik het niet moest zoeken bij een bedrijf, ik ben meer een man voor de academische wetenschap.'
Terug in Nijmegen werkte Cornelissen aan het Institute for Moleculs and Materials. Daar haalde hij ook de befaamde Veni- en Vidi-subsidies binnen, de Beijerinck Premie voor Virologie en de prestigieuze European Young Investigators Award. Deze laatste award is qua geldomvang vergelijkbaar met een Vici-beurs: het gaat om een bedrag van 1,25 miljoen euro. De hoogleraar neemt deze subsidie mee naar de UT. `Er zitten drie promotieplaatsen aan vast, daar ben ik nu volop voor aan het werven.'
`Wauw', was zijn eerste reactie toen de UT hem, na een eerder `oriënterend gesprek' liet weten verder te willen praten over een eigen leerstoel. Cornelissen: `Het was iets wat ik altijd al wilde. In mijn achterhoofd zat altijd het idee dat ik voor mijn veertigste een eigen leerstoel zou hebben. Bovendien had ik in Amerika gezien dat dat ook kon. Daar worden mensen nog veel jonger benoemd tot professor.'
Hoewel het `wauw-gevoel' overheerste, vond Cornelissen uiteindelijk de beslissing om voor Twente te gaan best lastig. `Ik kreeg namelijk toen ook functies aangeboden van andere onderzoeksinstituten, waaronder Delft.' Dat hij desondanks voor de UT koos, is onder meer omdat Cornelissen het aansprekend vindt dat in Twente `niemand uitgesproken wetenschappelijke senioriteit heeft'. `Ik heb op de UT het idee dat de instituten en faculteiten het belangrijk vinden om als team te opereren. Hier zitten op het moment geen echt gezichtsbepalende wetenschappers, terwijl je dat bij andere onderzoeksinstituten wel vaak tegenkomt. Vooral de oudere onderzoekers hebben vaak al goed omkaderde onderzoeksthema's waarnaast de nieuwe onderzoeksgroepen hun weg moeten vinden. Hier heb ik het gevoel dat het mogelijk is om een frisse start te maken.'
Het is nog maar zijn tweede week in Twente. Voorlopig blijft hij in het zuiden wonen en huurt hij voor enkele dagen per week een hotelkamer in de Drienerburght. `Ik heb een vrouw en twee dochtertjes, we willen eerst kijken of het op en neer reizen voor mij te doen is. Verhuizen kan altijd nog.' Zijn eerste indruk van de campus? `Die beperkt zich nog tot de faculteit TNW en de groepen van MESA+. Maar mijn welkom was warm, ze stonden klaar met bloemen.'
Het komende half jaar zal Cornelissen zich vooral bezighouden met het aanstellen van mensen op promotieplaatsen. `Die zijn lastig te vervullen. Ik wil kwaliteit, en dat betekent goede afstudeerresultaten, goede cijfers en passie voor het onderzoek. Daarmee ga ik dus niet over één nacht ijs.' Een deel van zijn gezamenlijke onderzoeksgroep met professor Roeland Nolte werkt nog in Nijmegen met het oog op output van onderzoeksresultaten en kennisoverdracht. De contacten zullen intensief blijven, verzekert de nieuwe UT-prof.
De leerstoel biomoleculaire nanotechnologie is één van de thema's binnen het 3TU-programma. `Mijn primaire interesse ligt bij biomoleculen en de toepassingen daarvan in bijvoorbeeld de micro-elektronica en de biomedische sector', vertelt Cornelissen. `Als je namelijk begrijpt hoe in een cel herkenning plaatsvindt tussen twee moleculen, dan kun je ook inzicht krijgen in het sturen van die interacties. Op die manier zijn we in staat om bijvoorbeeld een ziektebeeld beter te diagnosticeren of het in een later stadium beter te verhelpen.' Voor zijn onderzoek verblijft de hoogleraar veel in het lab. `Want daar dienen we de modificaties toe. De moleculen zijn ontzettend klein, je hebt geavanceerde apparatuur nodig om ze te bestuderen.'
Zijn EURYI-award ontving Cornelissen voor het beïnvloeden van eigenschappen van biomoleculen. In eerder onderzoek ontdekte hij dat de eiwitbolletjes van plantenvirussen te gebruiken zijn als minireageerbuisjes. `Bij het bestuderen van één enzym tegelijk, zie je het verloop van de reactie heel anders dan bij een verzameling van meerdere enzymen. Enzymen zijn eigenlijk continu aan het werk in ons lichaam, tenminste dat dachten we altijd. Met dit onderzoek hopen we beter te begrijpen waarom een enzym telkens maar kort en hevig aan het werk is en daarna weer even stil ligt.'
De 3TU-leerstoel van Cornelissen is volledig ingebed in Twente, maar de financiering komt uit het 3TU-stelsel. `Binnen het thema bio/nano zal ik samenwerking zoeken met de collega's in Delft en Eindhoven. Mijn onderzoek is bovendien heel multidisciplinair, zo heb ik promovendi nodig uit de biomedische hoek, maar ook op het gebied van materiaalkennis. Bovenal moeten ze bereid zijn om over de grens van hun eigen vakgebied heen te kijken.'
De jonge hoogleraar heeft de ambitie om in twee tot drie jaar een goede onderzoeksgroep op poten te hebben met de focus op `één of twee topics'. `Daarmee wil ik meedraaien in de internationale top. Met de EURYI-award heb ik in ieder geval zo'n drie jaar de tijd om daar aan te werken. Komt de bodem van dit geldpotje in zicht, dan kan ik me ook nog richten op de aanvraag van een Vici-subsidie.'