De regering legt een wens van de Tweede Kamer naast zich neer en roept geen fonds in het leven om studenten uit ontwikkelingslanden naar Nederland te halen.
Waarom werft Nederland alleen de allerbeste studenten uit ontwikkelingslanden, vroeg Tweede Kamerlid Ed Anker van de ChristenUnie zich af. Hij vond dat het hoger onderwijs genereuzer moest bijdragen aan ontwikkelingssamenwerking en diende een motie in. Het zou goed zijn om ook studenten hierheen te halen die misschien iets minder uitblinken, maar die het onderwijs “hard nodig hebben, uit landen die het hard nodig hebben”.
Maar minister Plasterk heeft er geen geld voor en ziet de noodzaak niet. De beste studenten kunnen immers een beurs krijgen van het Huygens Scholarship Programme. Bovendien mogen universiteiten en hogescholen, als ze daar zin in hebben, hun eigen internationaliseringsbudget gebruiken voor de werving van studenten uit ontwikkelingslanden.
Daarnaast kunnen de studenten van buiten Europa aankloppen bij het Erasmus Mundus Programma van de Europese Unie, aldus Plasterk. Vorige week werd bekend dat dit programma de komende vier jaar bijna een miljard euro zal verdelen: 450 miljoen meer dan in de periode 2004-2008, toen er tienduizend beurzen werden verstrekt.
Voor ‘mid-career professionals’ is er het Netherlands Fellowship Programme. Voordeel van dit programma is volgens de regering “dat de kans op terugkeer naar het land van herkomst ná het programma in Nederland groter is dan bij studenten.”
HOP, Bas Belleman