Harde knip plaatst student voor keuze

| Redactie

Studenten moeten voortaan aan het einde van hun bachelor kiezen of ze een onderzoekscarrière ambiëren of de arbeidsmarkt op willen. Afhankelijk daarvan volgen ze een master aan de Graduate School danwel aan de School of engineering óf de School of social sciences. Dat is een van de speerpunten in het beleidsplan Route '14.

Hubert Coonen. Foto: Gijs van Ouwerkerk.
Hubert Coonen. Foto: Gijs van Ouwerkerk.

Decaan Hubert Coonen van Gedragswetenschappen leidt de werkgroep die de inrichting van deze `arbeidsmarktschools' uitwerkt. `De schools zijn zeker niet minder dan de onderzoeksschool. Dat misverstand wil ik uit de wereld helpen.'

De School of engineering en de School of social sciences zullen vakken bevatten die studenten voorbereiden op de arbeidsmarkt. Naast een wetenschappelijke opleiding is er ruimte voor verschillende vaardigheden die relevant zijn voor hun toekomstige beroepsuitoefening. Naar verwachting zal het merendeel van de bachelorstudenten voor deze schools kiezen en niet voor een opleiding tot onderzoeker. Met deze scholen wil de UT de kwaliteit van de opleidingen, de zichtbaarheid in binnen- en buitenland en haar positie in de internationale concurrentiestrijd met andere universiteiten verbeteren. `We moeten ons sterker manifesteren en aantrekkelijker worden voor studenten. Door de kwaliteit van de opleidingen te versterken, kunnen we een nog betere reputatie krijgen en de instroom vergroten', aldus Hubert Coonen.

Met de invoering van de bachelor-masterstructuur en de harde knip zullen studenten volgens hem kritischer gaan kijken naar een vervolgopleiding. `Er zijn verschillende redenen om voor een master te kiezen, bijvoorbeeld de plek van de universiteit, het opleidingsprogramma en de kansen op de arbeidsmarkt. Als gevolg van de harde knip krijg je meer flexibiliteit en wendbaarheid van studenten in Europa en misschien ook daarbuiten. Als je wilt dat ze voor deze universiteit kiezen, moet je internationaal aantrekkelijke programma's bieden.'

Om de kwaliteit van de masters te borgen heeft de werkgroep een aantal voorlopige criteria opgesteld. Zo moeten ze een gewaarborgd wetenschappelijk niveau hebben, volledig Engelstalig zijn, aansluiten bij de behoeften van de arbeidsmarkt en passen in het profiel van de UT. Ook wil de werkgroep een aantal toegevoegde waarden bieden in de schools. `We willen iets specifiekers, zoals ondernemerschap en ontwerpgericht onderzoek, want daar zijn we als universiteit sterk in. Maar denk ook aan internationale oriëntatie en een duidelijke link tussen technische en maatschappijwetenschappen', vertelt de GW-decaan. `Het bedrijfsleven en ambtelijke organisaties vragen om medewerkers die ondernemend, innovatief en internationaal georiënteerd zijn. Om die spelers tegemoet te komen, moet je de kennis van studenten op die terreinen vergroten, zodat ze aantrekkelijker worden voor de arbeidsmarkt. Het zou mooi zijn als ze graag Twentse studenten aannemen, omdat die iets extra's meebrengen.'

Coonen benadrukt dat de schools uiteraard aan de accreditatie-eisen moeten voldoen, maar daarop nog iets extra's te bieden hebben. `Het is een misvatting om te denken dat de schools of engineering en social sciences minderwaardiger zijn dan de graduate school. Dat beeld kan snel ontstaan, maar dat moet ik tegenspreken. Iedereen die zijn werk goed doet en de eindstreep van zijn bachelor haalt is een excellente student. De keuze waar ze dan voor staan, heeft niets te maken met hun competentie maar met hun voorkeur. Het merendeel van de studenten zoekt toch de arbeidsmarkt op.'

In de werkgroep over de schools is ook gesproken over het mogelijk verdwijnen van faculteiten. Coonen kan daar kort over zijn. `Dat vind ik geen halszaak in deze discussie. Hoe je de organisatie ook inricht, zorg dat het onderwijs daar optimaal mee gediend is en dat er voldoende draagvlak is om die verandering door te voeren. Als de schools de faculteiten zouden moeten vervangen, dan moet je daar heel goede argumenten voor hebben. Met andere woorden, wil je die organisatiestructuur verlaten, dan kan dat alleen als er iets beters voor in de plaats komt. Als ik de sfeer proef in de commissie, dan zie ik dat daar eenstemmigheid over is: daar moet je voorlopig niet aan beginnen.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.