Vinken
Christenen hebben deze theorie meteen omarmd. Zeker de fanatieken. Die dachten, als wij onze gereformeerde kinderen naar gereformeerde scholen sturen en naar gereformeerde toogdagen, dan ontmoeten onze gereformeerde pubers alleen andere gereformeerde pubers. Welk een godvruchtig gereformeerd geslacht zal daar van komen. Een aparte ondersoort. Maar dat viel tegen. Geboren gereformeerden raakten zelfs sneller van hun geloof dan bekeerden zonder gereformeerde wortels.
Menig christen zag hierin het ongelijk van Darwin. Maar voor mij bewijst het juist dat God boven de evolutie staat. Die evolutie regelt alleen aardse zaken: onze spierkracht, onze manier van voortbewegen, onze dierlijke verlangens, noem maar op. Maar ons geloof is ons door God gegeven. Daar heeft een al dan niet toevallige genenconfiguratie geen vat op.
Gelovigen worden niet gefokt. Melkkoeien wel. Of jachthonden. Of atleten. Of hangjongeren. En verslaafden. Daar is overtuigend bewijs voor. Menig gynaecoloog is in zijn praktijk geconfronteerd met niet-rokende vrouwen die maar niet zwanger raken van hun rokende echtgenoot. Deze haperende kruisbaarheid is een duidelijk symptoom van een scheiding der soorten. De rokende soort versus de niet-rokende soort.
Als Minister van Volksgezondheid heb ik maatregelen genomen die deze gezonde evolutie bespoedigen. Het rookverbod in de horeca is er daar één van. Dat resulteerde meteen in hevig geflirt. Rokers die buiten de kroeg flirten met andere rokers, terwijl binnen niet-rokers verpozen met andere niet-rokers. Rokers vieren hun feesten ook steeds vaker in hun eigen rookhol, waardoor de kruiskans in uitgaansgelegenheden nog verder afneemt. Het succes van dit beleid zag ik tijdens een werkbezoek aan een ziekenhuis. In de couveuse zijn de zuivere rokerskindjes al herkenbaar aan hun knuistje. Daar gaapt een spleetje tussen wijs- en middelvinger.