'Het blijven levende dieren, hè'

| Redactie

Manege de Horstlinde aan de rand van Enschede was afgelopen weekend het domein voor studerend Nederland. Een mini military stond op het programma. Geen echte cross-country, maar springen en dressuur waren de wedstrijdingrediënten. Flink uitgedoste ruiters met handschoentjes, cap en zweep deden denken aan `Boekelo', maar dan zonder Burberry motiefjes en honden.

Foto's: Arjan Reef



Terwijl de instructeur beneden in de bak het reguliere lesprogramma van deze zondagochtend afdraait en de ruiters en paarden zich in het zweet werken, leggen vier studenten uit Nijmegen ontspannen een kaartje boven in de kantine. `Tijdverdrijf,' lacht één. Ze wachten op de halve finale en finale van het onderdeel dressuur. Die zijn pas `s middags. Dat worden nog wel een paar potjes. De beurt is eerst aan de springruiters. Zij laten hun beste rijkunsten zien in de overdekte bak, verderop het terrein. Zes hindernissen moeten ze nemen. `Best heftig na het feestje van gisteravond,'erkent ruiter Thijs uit Utrecht. `Toch houd ik wel rekening met het aantal biertjes.'

De Drienerlose Rijvereniging Hippocampus organiseert elk jaar in februari de Steden Ontmoeting, de paardrijdwedstrijd voor studenten. Ook andere universiteitsteden doen dat en zo is er acht keer per jaar een ontmoeting tussen de paardenliefhebbers. Dit jaar doen tachtig ruiters van tien verenigingen mee. Zoals Celine en Liselotte uit Amsterdam, die gisteren hebben gereden. Ze komen net een paar punten tekort voor de halve finale dressuur. `We gaan zo nog naar het springen kijken en dan druppelen we weer richting het westen', zegt Celine. Volgens de twee studenten heeft de Enschedese manege leuke paarden. Dat ze de paarden niet kennen is de grootste moeilijkheid tijdens zo'n weekend.

Student civiele techniek Lea Goedhart van DRV Hippocampus legt dat uit. `Drie deelnemers delen samen één paard. Studenten trekken daarvoor een lootje. De beste twee gaan door naar de halve finale en de winnaar daarvan naar de finale. Zo blijft het eerlijk.' Dat ze het paard niet kennen is volgens Lea een spannend element. `Ze hebben tien minuten de tijd om het paard in te rijden en te voelen.

Elk paard reageert anders op je heupen, de teugels en je benen. Bij het ene paard moet je harder drukken dan bij het andere. Dat moet je allemaal uitvinden in tien minuutjes.'

En dan gaat er wel eens wat mis. Zoals deze morgen bij het springen. `Ik zie wel een paard en geen ruiter,'merkt Susan Hilbolling (van Hippocampus) op terwijl ze de bak afspeurt. Achterin in het zand ontdekt ze de amazone. Het paard loopt stuurloos wat rondjes. `Het blijven levende dieren, hè. Soms weigeren ze een hindernis. Eraf vallen hoort er een beetje bij. Kijk, ze staat alweer.' Applaus volgt.

Susan vindt het paardenweekend relaxt en gezellig. `Je kunt lekker over paarden praten. Iedereen wil van alles weten over de dieren van deze manege. Dat is leuk om te vertellen en het verveelt de ander niet. Tja, paardenliefhebbers onder elkaar, hè?'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.