| Willem Bulter. Foto: Arjan Reef |
`Toen ik nog leraar Nederlands was, puilde mijn tas altijd uit van de opstellen. Tegenwoordig laten de docenten in het middelbaar onderwijs helemaal geen opstellen meer schrijven. Laat staan dat ze nog schrijftechnische feedback geven aan leerlingen', vertelt Willem Bulter. `Dat merken we ook op de UT. We hebben het nog niet onderzocht, maar het algehele gevoel is dat de taalvaardigheid van studenten een stuk minder is dan vroeger. Zelf word ik daar niet boos van, maar collega's kunnen zich er bont en blauw aan ergeren.'
Het is niet de taak van de universiteit om een `taalachterstand' te repareren, meent Bulter. Wel verwacht hij heil van een toets voorafgaand aan het eerste leerjaar. `Als je een goede test hebt, moet je daar niet te voorzichtig mee zijn. Je mag bij communicatiewetenschap best een minimumniveau eisen en tegen studenten die daaronder zitten zeg je dat ze volgend jaar maar terug moeten komen. Een vriendelijkere manier is om na een eerste toets te eisen dat de student zelf de kans krijgt zijn niveau te verbeteren voor een test later in het jaar.'
Toen Bulter in 1981 aan de UT begon, gaf hij colleges mondeling en schriftelijk communiceren voor technische studenten. Zij moesten verplicht tien procent van hun curriculum invullen met keuzevakken in de wijsbegeerte en maatschappijwetenschappen (afgekort als W&M). `Halverwege de jaren negentig kalfde het W&M-onderwijs al af', herinnert Bulter zich. `De faculteiten vonden nieuwe vakken belangrijker dan een keuzevak psychologie. En in 2000 werd de major/minor-structuur ingevoerd. Dat betekende een gigantische ingreep in het curriculum, eigenlijk de doodsteek voor de W&M-vakken.'
Voor Bulter en zijn vakgroepcollega's was dat gelukkig niet erg, want in 1994 hadden ze toegepaste communicatiewetenschap opgericht. `Daar konden wij zelfs beter ons ei kwijt. Je kon die studenten echt verder brengen, terwijl je de technische studenten maar een relatief beperkt aantal schrijfopdrachten kon laten doen. Later ben ik bij TCW ook het keuzevak wetenschaps- en bedrijfsjournalistiek gaan geven. Dat blijf ik overigens na mijn ontslag nog een half jaar doen binnen Science Education & Communication, een master in oprichting (zie kader, red.).'
Nog steeds vindt Bulter het verbazingwekkend dat het W&M-onderwijs is opgehouden te bestaan. `Er worden daar wetenschappers opgeleid die moeten publiceren. Mij lijkt het een gemis als je dan geen training hebt gehad in academisch schrijven. Technische studenten schrijven inderdaad minder, want ze kunnen een deel van hun artikelen volplempen met grafieken, tabellen en formules. Een plaatje zegt immers meer dan duizend woorden. Maar die figuren moeten wel aan elkaar geschreven worden.'
Zijn vakgroep heeft daarom opleidingsdirecteuren aangeboden een keuzevak academische schrijfvaardigheid te verzorgen. `Daar kregen we wel respons op, maar invoering kost tijd. Ik sluit niet uit dat de schrijftraining terugkeert en dat zou ik natuurlijk van harte aanmoedigen.'
Nieuwe master
In september begint de nieuwe tweejarige master Science Education & Communication, een combinatie van natuurwetenschappen en communicatie. Binnen deze opleiding kunnen studenten hun eerstegraads lesbevoegdheid krijgen voor natuurkunde, scheikunde, wiskunde en informatica, of ze kunnen kiezen voor de specialisatie wetenschapscommunicatie. De master is niet alleen bedoeld voor studenten die voor de klas willen. `Ik kan me voorstellen dat iemand die technische geneeskunde of gezondheidswetenschappen studeert gezondheidsvoorlichter wil worden. En met scheikundige technologie als achtergrond kun je bijvoorbeeld voor bedrijven voorlichting geven over de risico's van chemische stoffen', aldus Bulter.