'Er is weer rust en saamhorigheid'

| Redactie

Terwijl het buiten vriest dat het kraakt, praat voormalig rector magnificus Henk Zijm in de Sterrenwacht van Lattrop over het rectorschap, internationalisering, een nieuwe boerderij en wetenschappelijke ambities. `Ik vond de afgelopen vier jaren prachtig.' Henk Zijm in de besneeuwde tuin van de Sterrenwacht in Lattrop. Foto: Arjan Reef Hoe voelt dat nu, rector-af? `Een beetje vreemd,

Terwijl het buiten vriest dat het kraakt, praat voormalig rector magnificus Henk Zijm in de Sterrenwacht van Lattrop over het rectorschap, internationalisering, een nieuwe boerderij en wetenschappelijke ambities. `Ik vond de afgelopen vier jaren prachtig.'

Henk Zijm in de besneeuwde tuin van de Sterrenwacht in Lattrop. Foto: Arjan Reef
Henk Zijm in de besneeuwde tuin van de Sterrenwacht in Lattrop. Foto: Arjan Reef

Hoe voelt dat nu, rector-af?

`Een beetje vreemd, een beetje ontheemd ook. Ik moet wel weer even mijn draai vinden. In de kerstvakantie heb ik veel gewandeld en zelfs geschaatst. Tot de dag voor Kerst was ik bezig met het opruimen van mijn werkkamer in de Bestuursvleugel. Dat kostte me vier dagen. In die kamer is best veel gebeurd. Mooie dingen, maar ook heftige discussies. Na vier jaar moet ik nu weer zelf invulling geven aan mijn agenda. Af en toe ben ik in het Capitool, om afspraken te maken over mijn nieuwe functie als hoogleraar van de leerstoel Quantitative Methods in Operations Management. De komende drie maanden zal ik daar nog niet fulltime zijn, maar ik ben al wel bezig om alle medewerkers individueel te spreken.'

Van een sabbatical is dus geen sprake?

`Als ik voor langere tijd zou vertrekken, dan zou ik naar de Verenigde Staten gaan. Maar dat lukt niet, want op de UT speelt best veel. Bovendien kan ik toch niet al te lang weg, want mijn jongste dochter doet in mei haar eindexamen.'

Waarom wilde je hier, bij de Sterrenwacht in Lattrop, dit interview houden?

`Ik heb al lange tijd een band met deze locatie, die ontstond ooit via via. Ik ben altijd gefascineerd door het oneindige, heb om die reden ook een hang naar de zee. Als klein jongetje kon ik vanaf ons huis op Texel ook uren naar de sterren staren. Daar was en is de hemel vaak volkomen helder. Mijn fascinatie voor sterren is gebleven, ik heb zelfs een korte periode sterrenkunde gestudeerd. Maar dat was me toch te veel los van de aarde. Ach, ik wilde gewoon graag eens terug naar deze plek. Door mijn drukke werkzaamheden kwam ik daar de laatste jaren niet meer echt aan toe.'

Ben je als rector een solist?

`Nee, ik kijk met heel veel plezier terug op deze baan. Ik vond de afgelopen vier jaren ronduit prachtig. En dat is niet in de laatste plaats vanwege de goede samenwerking. Binnen het CvB en met de staf. Ook als wetenschapper heb ik de samenwerking altijd heel bewust opgezocht. Zo'n klus klaar je samen.'

Wat typeert het CvB waar jij deel van uit maakte?

`In alle bescheidenheid, ik denk dat wij als college van bestuur weer rust en saamhorigheid in de tent hebben gebracht. Die geluiden heb ik ook opgevangen tijdens en na de dies (eind november 2008, red.). Bij mijn aantreden ontbrak het toch teveel aan een gevoel van saamhorigheid. De sfeer is nu sterk veranderd, in ieder geval zeker in de bestuurlijke lagen. En gelukkig, want een universiteit draait niet als de koppen verschillende kanten uit staan. Achteraf had ik wel gewild dat sommige dingen wat harder waren gegaan. Zoals de ICT-infrastructuur, of het afstandsonderwijs. Probleem is dat je als college wel van alles kunt willen, maar vaak zie je de obstakels niet. Het blijft een kwestie van trekken, duwen en sleuren. '

Wat was typerend voor jou als rector?

`Veel mensen zagen mij als een uiterst betrokken rector. In dat beeld kan ik me wel vinden. Zo probeerde ik vaak persoonlijk alle mail te beantwoorden. En schreef ik persoonlijk een brief aan de familie van overleden medewerkers en studenten. Ik zie dat als een taak van de rector, je hoort er op dat soort momenten gewoon te zijn. Mensen die mij geen efficiënte bestuurder vonden hebben helemaal gelijk, ik ben natuurlijk ook altijd een wetenschapper gebleven. Maar als rector ben je wel het academische boegbeeld. Anne is dat als CvB-voorzitter vooral naar buiten toe en Kees is dat voor vastgoed, valorisatie en financiën. Maar we zijn een collegiaal bestuur. Anne is bijvoorbeeld geen universiteitspresident in de Amerikaanse betekenis. Het gaat om de combinatie. En die werkte.'

En wat is er nou het meest vervelende aan het rectorschap?

`Het pure operationele werk, de talloze vergaderingen en de enorme hoeveelheid stukken die elke dag weer voor me klaar lagen. Nee, dat zal ik niet missen. De voortrekkersrol, heb ik altijd wel heel leuk gevonden. Ik stond voor alle academische zaken, zoals de dies en de prijzen tijdens de jaaropening. En de grote projecten, zoals het 3TU-verband. Daarin zie je toch dat er forse stappen zijn gemaakt.'

Had je wel eens ruzie met je collega's in het CvB?

`We waren het natuurlijk wel eens niet met elkaar eens, maar geen ruzie. Dat zou ook dom zijn, om op zo'n manier tegenover elkaar te staan. Wat heel plezierig was, we konden dingen altijd tegenover elkaar uitspreken door even snel bij elkaar binnen te lopen. Ik maak van mijn hart geen moordkuil, maar Anne en Kees ook niet. Ja, privé zien we elkaar ook, zo af en toe. Ze hebben mijn nieuwe onderkomen in Heeten al gezien, waar - beseften ze - nog veel aan moet gebeuren. Ik hoop dat dit contact ook in de toekomst blijft.'

Je gaat verhuizen? Wat heb je precies gekocht?

`We zijn in een project gestapt waar twee bevriende stellen al mee gestart waren, met als doel een klein landgoed te ontwikkelen in Heeten, vlakbij Raalte. Daar zijn we nu druk bezig om drie woningen te bouwen. Ik wilde graag weer buiten wonen. Nu de jongste dochter bijna gaat studeren, kon dat eindelijk. Het door ons gekochte gebied heeft net de Natuurschoonwetstatus verkregen. Ja, het wordt echt een paradijsje. Er hoort ook een twee hectare groot bos bij.'

Terug naar het rectorschap. Waar ben je het meest tevreden over?

`We hebben goed ingezet op onderwijskwaliteit, maar zitten nog niet op het onderwijsniveau van toen. Ik heb begrepen dat Ed Brinksma deze lijn van verbetering wil doorzetten. Daar steun ik hem van harte in. Daarnaast mag het bekend zijn dat ik heel erg verheugd ben over de sterkere inzet op internationalisering. En qua onderzoek kunnen wij ons op een aantal gebieden meten met de wereldtop.'

Tijdens het kennismakingsinterview op Texel in 2005 vertelde je over de scherpere keuzes die gemaakt moesten worden op onderzoeksgebied. Die zijn gemaakt. Tevreden?

`Die onderzoekskanteling was half afgemaakt, toen ons college aantrad. Daar zijn wij een stuk verder in gekomen. De instituten zijn breder geworden, en vooral in de technische hoek gaat het erg goed. Vier technische instituten zijn zeker niet teveel. Ieder heeft zijn eigen expertise en sterke kanten. De versterking van het onderzoek zal nu ook vanuit de niet-technische faculteiten moeten komen, juist door die samenwerking tussen techniek en maatschappijwetenschappen. Individueel zijn er ook daar goede leerstoelen, maar op instituutsniveau is er nog een slag te maken nu de fusie tussen IBR en IGS onzeker is. Hoe het verder gaat, dat is aan het nieuwe college. Samenwerking tussen leerstoelen kun je niet afdwingen, maar een meerwaarde is er zeker wel.'

Als rector wilde je, zo zei je destijds, de eerste man zijn voor studenten en medewerkers en het vertrouwen winnen van de werkvloer. Ben je daarin geslaagd?

`Ik ben niet op zoveel werkplekken geweest als ik had gewild. Wel had ik veel interactie met medewerkers en studenten. En alle voltijdshoogleraren kende ik wel. Ik denk dat ik vanuit de wetenschappelijke hoek ook snel als rector ben geaccepteerd, omdat ik veel onderzoekers al kende. En nu krijg ik reacties als `jammer dat je er mee ophoudt'. Waarbij ik wel aanteken dat geluiden dat mensen het toejuichen dat je stopt mij waarschijnlijk minder snel bereiken.'

Je keert nu terug naar de wetenschap. Is het niet funest voor een wetenschappelijke carrière om er zo lang uit te zijn?

`Ik ben altijd wetenschapper gebleven, ook al heb ik al langere periode niet meer actief onderzoek gedaan. Als decaan van EWI had ik nog een paar promovendi en ik bezocht, ook als rector, jaarlijks een congres. Daarnaast waren er summerschools waar ik les gaf. Het `sabbatical' dat ik de komende maanden heb is bedoeld om bij te tanken op wetenschappelijk gebied. Toen ik mijn vertrek aankondigde als rector, kwamen ze direct met deze leerstoel op de proppen. Het is overigens de voormalige leerstoel van Aart van Harten, een goede vriend van mij die twee jaar geleden overleed. De afgelopen jaren is geprobeerd om de leerstoel te herbezetten, maar de benoemingsadviescommissie was telkens niet tevreden over kandidaten. Nu ga ik het dus doen, maar er valt nog wel een slag te maken.'

Hoe staat de UT er in jouw ogen nu voor?

`Qua studentenaantal worden we langzaam een grotere universiteit. Die groei is voornamelijk te danken aan de internationalisering, ons `Nederlandse' marktaandeel blijft nog achter. De faculteit EWI blijft qua instroom een probleemgeval, terwijl CTW juist goed gaat. Zelf ben ik ongelooflijk blij dat het ITC er straks bij komt. In het kader van internationalisering is dat fantastisch. Over de fusie was ik vanaf het begin erg enthousiast, om inhoudelijke redenen. Kees en Anne waren wat voorzichtiger en hebben met de ITC'ers gezorgd voor een goede bestuurlijke inbedding.'

Maar hoe staan we nu in de wereld?

`Mede dankzij een betere samenwerking met diverse partners is onze positie sterk verbeterd. We maken meer deel uit van onze omgeving. Je krijgt er steun voor terug. Zoals van de Provincie. Maar ook de gemeente Enschede ziet de UT als de motor van werkgelegenheid. In onze directe omgeving staan we dus sterk. Hetzelfde geldt voor de samenwerking met het hbo en vwo. Dat is wel anders dan vier jaar geleden. Dit college heeft zijn hand uitgestoken naar de omgeving. In het verleden waren we toch iets teveel die goede universiteit die toevallig in Twente stond. De campus wordt steeds meer een ontmoetingsplaats. Ik denk in dat verband ook dat het Kennispark een geweldig succes wordt. Het zijn factoren die zorgen voor een sterke basis om te werken.'

Hoe wordt de UT in het land weer zichtbaar?

`Door te laten zien wie je bent. De communicatie op dat vlak heeft de laatste jaren niet goed genoeg gewerkt. Ik heb ook altijd gepleit voor goede wetenschapsvoorlichting, daar moet op de UT nog het nodige aan gebeuren. Qua werving is teveel ingezet op de regio. Gelukkig vindt ook daar momenteel een kentering plaats.'

Je hebt de laatste jaren de hele wereld over gereisd, afspraken gemaakt en samenwerkingen geïnitieerd of bezegeld. En dat blijf je ook doen, als ambassadeur zeg maar. Welke kant gaat het op met de internationalisering?

`Ik onderscheid twee aspecten van samenwerking. Het gaat om onderzoeksamenwerking en om het werven van studenten en promovendi. Er liggen kansen voor ons in landen als Turkije, China, Vietnam, India, Japan en Indonesië. Maar nu ook in Brazilië en landen in het Midden-Oosten, waar we meer menskracht op moeten inzetten. Maar er zal ook een moment komen dat met name China en omringende landen hun kennisachterstand hebben ingelopen. Dat zij zo, maar dan moeten we er wel voor hebben gezorgd dat er in die regio's voldoende UT-alumni zitten die onze naam uitdragen. Al die relaties zijn belangrijk. Niet alleen om ze te vestigen - wat een kwestie van volhouden is - maar ook om ze te onderhouden. Kijk, over de internationale contacten van individuele hoogleraren hoef je je geen zorgen te maken. Dat loopt als een trein. Het punt is alleen dat de UT daar in brede, collectieve zin meer profijt van moet hebben. Ook daar is dus een slag te maken.'

 

 

 

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.