Tamar Jinchveladze (28), Maya Charelishvili (23) en Nino Sazandrishvili (23) uit Georgië wonen samen op twee kamers met een gemeenschappelijke ruimte. Tamar en Maya doen de pre-master Business Administration, Nino studeert Human Resource Development. `Sorry voor de rotzooi, we zijn net klaar met eten', verontschuldigen ze zich. Op tafel staan de resten van een traditioneel Georgisch gerecht: mchadi (een soort cracker) met suluguni (Georgische kaas). En welke Nederlandse specialiteiten vinden ze lekker? Enthousiast klinkt het: `Stroepwafels! En bier!'
Maya: `We hebben allemaal een beurs van de Georgische overheid. Die kregen we op de ambassade en daar hebben we elkaar ook leren kennen. Toen we hoorden dat we alle drie in Twente konden studeren, hebben we besloten samen woonruimte te regelen. Zo kun je elkaar helpen. We zijn in september begonnen en in het begin was het wel a bit stressy om alle formulieren in te vullen.'
`We hebben vooral contact met andere buitenlandse studenten. Op de wekelijkse borrel op dinsdag in de Vestingbar zien we wel eens Nederlandse studenten, maar vaak praten ze dan onderling Nederlands. Dat is jammer, want ik vind Nederlanders heel open mensen. Hopelijk kunnen we na onze studie hier ook blijven. In ons eigen land hebben we weinig kansen op een goede baan.'
Student chemical engineering Robith Fuadi (29) uit Indonesië baalt want hij moet nog een opdracht afmaken en zijn internetverbinding werkt vanavond niet. Hij heeft vanaf augustus een beurs om een jaar aan de UT te studeren, maar hoopt een jaar langer te kunnen blijven om de hele studie te doen.
`Bij chemical engineering ben ik de enige internationale student. Soms spreekt de docent gewoon Nederlands omdat hij niet doorheeft dat ik ook in de zaal zit. Mijn medestudenten helpen dan wel een handje door te zeggen dat de docent Engels moet spreken omdat er een buitenlandse student bij is. En als ze onderling Nederlands spreken, verontschuldigen ze zich direct als ze zien dat ik er ook naast sta.'
`Bij het maken van opdrachten heb ik goed contact met mijn medestudenten. Verder spreek ik niet veel Nederlanders. Ik kom niet veel buitenshuis, het is me nu te koud. Ik speel wel eens voetbal op de campus, maar dat is vaak met andere buitenlandse studenten. Veel tijd om iets te doen heb ik bovendien niet. Ik moet hard studeren om alle opdrachten te maken.'
Anandeshwar Singh (23) uit India kwam pas drie weken geleden naar Nederland. Hij werkt aan de faculteit EWI als technicus in de Database-vakgroep. `Hiervoor heb ik mijn master informatica gehaald in Zwitserland. Ik heb het gevoel dat het in Nederland makkelijker is om mensen te leren kennen. Men is hier opener, er zijn meer onderwerpen waarover mensen willen praten. Zwitserland is toch een beetje conservatief. Hoewel ik hier dus nog maar drie weken ben en nog niemand ken, voelt het al wel comfortabel. Om het contact tussen de flatbewoners te bevorderen zou er hier een gemeenschappelijke ruimte moeten komen. Maar dan moet daar wel iets te doen zijn. Tv-kijken bijvoorbeeld, of koken in een gezamenlijke keuken. In Zwitserland woonde ik in zo'n huis en dan maak je gemakkelijk contact.'
Miruna Marinescu (24) en Daniel Florca (23) uit Roemenië zijn in respectievelijk september en oktober begonnen als PhD. Zij in de vakgroep Construction management & engineering van de faculteit CTW; hij bij Molecular nanofabrication van de TNW-faculteit.
`Het papierwerk waar we ons in het begin doorheen moesten slaan, was vervelend. Dat komt omdat Roemenië eigenlijk geen volwaardig lid is van de EU. Het is een soort discriminatie. We horen er wel bij, maar hebben niet alle voordelen die andere landen hebben. Gelukkig heeft de UT ons geholpen met al die formulieren.'
`Wat wel tegenviel was de accommodatie. Die zou geregeld worden, maar drie dagen voordat we zouden komen, hadden we nog geen huis. Dat was stressen. Gelukkig bood een collega ons een kamer aan in haar huis in Gronau. Pas vorige maand konden we hier in de campusflat terecht. Onze buren kennen we dus nog niet. Het is jammer dat hier geen gemeenschappelijke keuken is, dat zou echt helpen het contact te bevorderen. Iedereen woont hier eigenlijk een beetje van elkaar gescheiden. We hebben als Erasmusstudenten in Frankrijk gestudeerd en daar was de keuken een ontmoetingsplaats van alle verschillende culturen. Bovendien hadden we een grote tv waar we gezamenlijk voetbal keken. Hier zie je soms iemand in het washok, dan zeg je hallo, maar verder niet.'