Vertel, wat hebben jullie gedaan?
`Bram van Oijk, afdelingshoofd Evaluatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken, sprak 's ochtends over ontwikkelingshulp. De financiële steun aan arme gebieden geeft de Nederlandse overheid niet langer projectmatig. Het ministerie kijkt of er samenwerking met de overheden in die landen mogelijk is. De wanorde van de vele, verschillende projecten probeert ze op deze manier te bundelen.'
Nieuwe informatie voor jou?
`Ja, de lezing was nuttig. De overheid geeft op dit moment aan veertig landen financiële steun en ze is daarmee een grote speler op internationaal gebied. Eén vereiste voor hulp is politieke stabiliteit. Ook probeert Nederland handelsrelaties aan te gaan met deze landen. De meest moeilijke staten om steun te geven, zijn landen als Congo en Zimbabwe. De situatie is daar instabiel en de overheden zijn lastig te benaderen. Toch probeert Nederland ook hier een vorm van hulp te bieden.'
Hoe leerzaam was deze dag voor jou?
`Ik heb een technische achtergrond en daarom was het sowieso erg nuttig om deze minor te volgen. Sociale wetenschappers hebben een heel andere manier van denken. Als techneut weet je dat er één goed antwoord is en dat reken je uit. Bij maatschappelijke studies zijn meerdere oplossingen mogelijk. Het is een heel andere wereld die je kennis enorm verbreedt.'
Wat ga je met deze informatie uit de minor doen?
`Ik heb voor de module gekozen omdat ik voor het Apostolisch genootschap, een kerkelijk genootschap, geholpen heb met een project voor kansarme kinderen. Met een commissie beschreven we de missie, onze visie en het beleid hiervoor. Die organisatie loopt nu . Mijn opgedane kennis zet ik in voor dat vrijwilligerswerk.'