Ingezonden: Kritiek op rammelende Route '14'

| Redactie

Aangezien de discussie over hoofdlijnen nogal gemakkelijk wordt aangewend om de aandacht af te leiden van het concrete document dat straks het beleid van de UT bepaalt, lijkt het zinnig eens een paar losse punten aan te wijzen. De hieronder behandelde punten zijn een zeer onvolledige greep uit tamelijk bizarre onderdelen van het document en voorvallen gedurende de discussie hierover; het een nog onvoorstelbaarder dan het ander.

De onlangs door de Student Union belegde bijeenkomst over Route '14 trok veel studenten naar de Bastille. Foto: Student Union
De onlangs door de Student Union belegde bijeenkomst over Route '14 trok veel studenten naar de Bastille. Foto: Student Union

In het Route '14-document wordt een opdeling voorgesteld van de masteropleidingen in drie zogenaamde Schools, te weten de School of Social Sciences, de School of Engineering en de Graduate School. De motivatie voor deze opdeling is erg mager. In het eindrapport van de omgevingsverkenning, OnderneemUT, wordt de vraag gesteld: moet de UT een graduate school opzetten? In de visie wordt die simpelweg ingesteld, met als enige specificering dat het om een `functionele scheiding' gaat. Op de vraag of de naamgeving niet verwarrend is - alle masteropleidingen zijn immers graduateopleidingen, maar de naamgeving suggereert dat alleen de opleidingen in de Graduate School dat zijn - werd geantwoord dat er universiteiten zijn die het ook zo doen. Dit pleit niet sterk voor deze keuze: met hetzelfde argument is ook de hieraan tegengestelde keuze te verdedigen.

De gelijkwaardigheid van de masterdiploma's die aan het einde van de verschillende Schools worden uitgereikt, is discutabel. Er werd opgemerkt dat de ervaring leert dat studenten vaak nog helemaal niet weten of ze willen promoveren op het moment dat ze hun master kiezen. Flierman antwoordde dat het wel voorkomt dat studenten dat dan al weten: `Mijn zoon wist aan het einde van zijn bachelor dat onderzoek niets voor hem was. Hij had bij zijn bachelorscriptie allemaal commentaar op zijn voetnoten gekregen, dus die was meteen naar de School of Social Sciences gegaan'. Hoe kan dan toch worden volgehouden, zoals op andere momenten is gezegd, dat de School of Social Sciences (en de School of Engineering) niet minderwaardig is aan de Graduate School, enkel `anders'?

Hoewel internationalisering een terugkerend thema is in het document en op den duur 35 procent van de studenten uit het buitenland moet komen, is de strategische visie niet in het Engels beschikbaar.

Toegezegde wijzigingen op het concept zijn niet doorgevoerd in de definitieve versie. Het document bevat zinnen zoals `De UT werkt met veel organisaties, maar niet met alle', en: `Een universiteit is een organisatie waarin veel verschillende dingen gebeuren.' Op een bijeenkomst van alle studieverenigingen werd aan Anne Flierman gevraagd of deze inhoudsloze zinnen verwijderd zouden worden en of naamgeving van niet-technische studies geuniformeerd zou worden: door het document heen worden het mens-, gedrags-, sociale en maatschappijwetenschappen genoemd. Deze verzoeken werden toegezegd (`Je ziet Mariska druk schrijven', `We gaan er nog een keer overheen'), maar hier blijkt niets van in de definitieve versie van de visie. Naar de vraag hoe het CvB stond tegenover activisme werd wel geluisterd, maar dit leidde slechts tot een (overigens erg magere) toevoeging, niet een wijziging, van het concept.

Ook het punt van de 12 uur beslaande roosters deed bij iedere bijeenkomst waar studenten aanwezig waren, veel stof opwaaien. Het werd uitgelegd als zijnde niet voor studenten. Dit punt is in de definitieve versie echter niet genuanceerd, eerder veralgemeniseerd. `Ook het bestaande reguliere onderwijs zal vaker in de vooravond worden verroosterd' is veranderd in: `Zo zal onderwijs vaker in de vooravond worden verroosterd'. Moet dit werkelijk het vertrouwen van sport-, studie- en cultuurverenigingen versterken?

Route '14 lijkt duidelijk voor een aparte undergraduateopleiding te pleiten. In het lijstje van te beantwoorden vragen van de werkgroep die hierover gaat, staat echter: is een aparte undergraduateopleiding wenselijk?

Is het verstandig om de toekomst van de UT te baseren op een document dat geen enkele student zelfs tijdens de P-fase in zou durven leveren?

Hoe moet het dan wel, hebt u ongetwijfeld al een paar keer gedacht. Het zou net zo bizar zijn als bovenstaande wanneer hier de oplossing zomaar opgelepeld zou worden. Daarom de vraag of u het oneens bent met het volgende: juist een document dat de toekomst van de UT bepaalt, moet veel punten bevatten waarbij je niet alleen denkt `Ja, zo gaan we meer van de UT maken dan het nu is'; deze punten moeten ook duidelijk beargumenteerd zijn, en het moet duidelijk zijn waarom juist deze keuzes zijn te prefereren boven andere mogelijkheden. Bijvoorbeeld: als er een andere onderwijsindeling had gestaan, zou de strekking van de reacties (`hm ja oke, we zien wat er wordt bedoeld') in dat geval heel anders zijn geweest dan nu? Waarschijnlijk niet. Op de tegenwerping `ja maar het is een visie dus het is niet heel concreet', past het antwoord dat als er eigenlijk niets - of niet zoveel - staat, waarom het dan door de U-raad heen moet, hoe er dan een toekomst aan opgehangen kan worden, waarom het document belangrijk wordt gevonden, en waarom het dan zoveel pagina's kost.

Ivo van der Hoeven, Michiel Klitsie, Stefan Janssen, Marjolein Benistant en Sikke Jansma; de auteurs zijn (of waren) onderwijscommissarissen bij verschillende studieverenigingen.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.