'Duitse grens wordt steeds diffuser'

| Redactie

Ze komen uit Duitsland, werden tien jaar geleden UT-hoogleraar en noemen zichzelf `aardig ingeburgerd' in Enschede. Binnenkort gaan ze samen op wintersport en hun kinderen spelen met elkaar. Matthias Wessling, hoogleraar membraantechnologie, en Detlef Lohse, hoogleraar vloeistoffysica zouden bovendien allebei graag zien dat Duitse studenten niet alleen de weg weten te vinden naar psychologie maar ook naar de technische studies van de UT.

Het is een vraag naar de bekende weg. Waarom is zestig procent van de eerstejaars psychologie Duits en kiest slechts een enkeling voor techniek? `Ik las eens in een Duitse krant over studenten die naar Nederland kwamen “dat ze ons in Duitsland niet meer willen hebben”', vertelt Lohse. Zijn collega Wessling noemt het glimlachend de `numerus-claususvlucht'. In Duitsland laten de opleidingen slechts een klein aantal studenten psychologie toe. Zij die afvallen, zoeken hun heil elders.

In Twente gaat het om grote aantallen: zo'n zestig procent van de eerstejaars psychologie is Duits. Bij opleidingen als scheikundige technologie en technische natuurkunde gaat het om een paar gevallen, hoogstens tien procent van de gehele instroom. Duitse studenten komen in Enschede techniek studeren om twee redenen, denkt Wessling. `Ze zijn gemotiveerd om in een ander land te studeren en willen dus sowieso de grens over. Bovendien is de UT kleinschaliger dan veel Duitse universiteiten. Daardoor is het contact tussen hoogleraar en student persoonlijker.'

Inhoudelijk zijn er weinig verschillen, menen beide hoogleraren. Lohse: `Natuurkunde blijft natuurkunde. Of je dat nou in de VS leert, in Duitsland of in Nederland. Maar de universiteit van Münster, zeg maar de concurrent in de regio, heeft driehonderd eerstejaars natuurkunde. Docenten maken daar veel minder contact met de individuele student.'

Graag zouden ze meer Duitse studenten naar hun opleidingen in Enschede trekken. `Vanzelfsprekend. Er zijn in Nederland te weinig studenten voor de technische vakken. Met elke student die goed is, ben ik blij. De nationaliteit maakt me niet uit, als hij maar hard werkt', aldus Lohse. De hoogleraar vloeistoffysica denkt daarbij niet in doelen. `Het is onrealistisch om te streven naar 40 procent Duitse studenten. Zij kunnen immers ook goed in Duitsland terecht. Elk land heeft behoefte aan studenten in de exacte vakken.'

Wessling denkt wel in studentaantallen. `Een paar jaar geleden hebben we de instroomeisen, die echt onbehoorlijk streng waren, versoepeld', legt de membraantechnoloog uit. De eisen voor het vakkenpakket zijn aangepast en de taaltoets is minder streng geworden. `Sindsdien ligt de instroom hoger en we zitten nog maar in de incubatieperiode. Er zullen nooit meer Duitse dan Nederlandse studenten zijn. Het ligt nu rond de 10 procent, ik vind 20 tot 25 een mooi streefgetal.'

Hoe lok je die studenten naar Twente als ze ook in Duitsland terecht kunnen? `Blijven werven', luidt het glasheldere antwoord van Wessling. `Wat het Duitslandteam (vanuit de UT, red.) doet, vind ik fantastisch. Die voorlichtingsdagen zijn altijd indrukwekkend. Misschien kan het nog geoptimaliseerd worden door ook meer met ouders te gaan praten. Zodat bij hen de onrust wordt weggenomen over waar hun kind terecht zal komen.'

Ook Lohse gelooft sterk in de wervingsactiviteiten. Al denkt hij juist dat er meer ingezet moet worden op de docenten van de Duitse middelbare scholen. `Ik heb al eens gesproken op een voorlichtingsdag voor Duitse leerkrachten. Het is van belang dat we hen alert maken. Zij moeten een goede kijk krijgen op waar hun leerlingen terecht kunnen. Ook zij voelen zich namelijk aangetrokken tot onze kleinschaligheid. Daarnaast moeten we ons blijven richten op de grensregio. Voor hun master komen studenten van over de hele wereld naar Enschede, maar middelbare scholieren kijken niet naar het onderzoeksniveau. Die willen niet te ver bij hun vriendenkring vandaan.'

`Ik ken de tijd nog dat mijn paspoort gecontroleerd werd aan de grens en dat er gekeken werd of je geen sigaretten en koffie meenam', herinnert Wessling zich. `Het is echt niet zo lang geleden dat we illegaal diesel gingen tanken in Nederland. Alles heeft zijn tijd nodig, de grens wordt steeds diffuser. Dat betekent dat we niet moeten ophouden met werven. Als we volhouden, ben ik ervan overtuigd dat we op 20 tot 25 procent kunnen uitkomen. En dat is mooi, want dan leveren we een goede bijdrage aan de internationalisering.'

Matthias Wessling groeide op in Ahaus, studeerde chemische technologie in Dortmund en deed zijn afstudeeropdracht in Cincinnati en ontdekte daar tot zijn verbazing dat er in Enschede een universiteit was met een groep die exact aansloot bij zijn vakgebied. In 1993 promoveerde hij aan de UT, naar eigen zeggen `het paradijs voor membranen'. Vervolgens werkte hij anderhalf jaar bij een membraanbedrijf in de buurt van Stanford (California). Hij keerde in 1994 terug als universitair docent, werkte later nog een paar jaar bij Akzo Nobel en kwam in 1999 voor de derde keer naar de UT, nu om hoogleraar membraantechnologie te worden.


Detlef Lohse
werd geboren in Hamburg, studeerde natuurkunde in Kiel en Bonn en promoveerde in 1992 aan de Universität Marburg. Hierna werkte hij als postdoc in Chicago en sinds 1998 is hij hoogleraar vloeistoffysica aan de UT. In 2005 werd hij bovendien benoemd tot universiteitshoogleraar als blijk van erkenning voor zijn onderzoek op internationaal topniveau. In hetzelfde jaar ontving hij de Spinozapremie, ook wel de Nederlandse Nobelprijs genoemd, voor zijn onderzoek op het gebied van turbulente warmtetransport en sonoluminescentie. Lohse is zowel lid van de Koninlijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen als van de Duitse Akademie van Wetenschappen.

Foto's: Gijs van Ouwerkerk

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.