'Eerst investeren in een goede relatie'

| Redactie

Asian Business and Governance is een nieuwe module in de opleiding Business Administration die volgend jaar februari van start gaat. Dat is het resultaat van een lang bestaande samenwerking tussen de faculteit Management en Bestuur en de Hunan University in China. Joop Stam, hoogleraar Management of Technology and Japan en Koos Krabbendam, hoogleraar Operations Management, trekken de kar.

Joop Stam (links) en Koos Krabbendam. ‘Internationalisering moet hoog op de agenda.’ Foto: Arjan Reef
Joop Stam (links) en Koos Krabbendam. ‘Internationalisering moet hoog op de agenda.’ Foto: Arjan Reef

Het geïntegreerde onderwijsprogramma behandelt allerlei vraagstukken over economische en industriële ontwikkelingen in Oost- en Zuidoost-Azië. Studenten van andere studies kunnen ook deelnemen. Het totaal aantal te behalen studiepunten is veertig. `In deze opleidingsmodule analyseren studenten uiteenlopende bedrijfstakken in Azië,' vertelt Stam.`We gaan ervan uit dat de procesontwikkelingen in die landen anders zijn, maar wát zijn dan precies de verschillen, of zijn er ook overeenkomsten? Over Europa en de Verenigde Staten weten we veel, terwijl het de Aziatische landen zijn die momenteel enorme ontwikkelingsprocessen doormaken. China trekt volop de aandacht, maar hoe gaat zo'n industrieel ontwikkelingsproces dan? Om die vraag te beantwoorden bestuderen we bijvoorbeeld de aansturing van de markt: wat is de invloed van de overheid hierop en hoe zelfregulerend is de economie? Of we kijken naar de vrijheid van ondernemers en wat de rol is van de cultuur op de economische ontwikkeling. Op analytische wijze proberen we erachter te komen op welke aspecten het industriële ontwikkelingsproces verschilt met westerse landen.'

Joop Stam is al ruim veertig jaar bezig met Azië. `Ik heb me in mijn werkzame leven veel laten inspireren door Azië. Als je er eenmaal bent geweest, dan kom je terug.' Voor de hoogleraar was die eerste keer in de jaren zestig, kort nadat hij de middelbare school afrondde. `Ik studeerde oriëntalistiek aan de universiteit in Leiden. Die studie heet nu volgens mij Chinese en Japanse taal en cultuur. Spoorslags ga je dan naar die regio. Ik zat een paar jaar in Tokio. Later studeerde ik economie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, waar ik eveneens mijn PhD behaalde.' Sinds 1993 is hij parttime hoogleraar bij MB.

De belangstelling van westerse landen voor het Verre Oosten begon in de jaren tachtig, vertelt hij. `Dat was in de tijd dat Japan het westen voorbij liep op het gebied van technologische ontwikkeling. Begin jaren negentig kampte het land van de rijzende zon met een recessie. De aandacht verslapte. Andere industrieën kwamen op. In China, Korea en Thailand en onderschat Vietnam en op afstand Cambodja ook niet.'

Een vruchtbare samenwerking van de grond krijgen met kennisinstellingen of bedrijven in deze landen, gebeurt niet zomaar. `Er bestaat een aparte dimensie als het gaat om internationalisering. Je zult je moeten bewijzen. Laten zien wat je in huis hebt en waar je als universiteit goed in bent. Om samen te werken, moet je dus eerst investeren in een goede relatie. Het draait bovendien om de universiteit en niet zozeer om de afgevaardigden van het onderwijsinstituut, al helpt het wel wanneer, zoals laatst bijvoorbeeld, rector Henk Zijm in eigen persoon langskomt. Zijn investering kan dan weer wel van generatie op generatie gaan. De nieuwe rector kan gewoon verder gaan waar Zijm is gebleven.'

Krabbendam zegt dat Aziaten het wederzijds belang op lange termijn hoog in het vaandel hebben staan. `De snelle ondernemers die even hun slag willen slaan in China, kunnen dat wel vergeten. Zo werkt het niet. Daarom is deze opleiding interessant voor ondernemende studenten. Ze krijgen er feeling door met de werking van het Aziatische bedrijfsleven en de markt en de bijbehorende cultuur om zodoende langlopende relaties op te bouwen.'

Op de UT kan internationalisering best beter gecoördineerd worden, vinden de twee hoogleraren. Krabbendam: `Het is een eilandjescultuur. Elke faculteit financiert zelf haar grensoverschrijdende activiteiten. Iedereen doet dus wat. De grote vraag is wat ieder precies doet en waar. Een centraal overzicht hiervan zou niet verkeerd zijn.'

Krabbendam benadrukt dat internationalisering hoog op de UT-agenda moet staan en meer aandacht moet krijgen dan de hele discussie over het technische profiel. `Techniek is wel belangrijk, maar daar onderscheid je je niet meer mee. Ook in China wordt hard gewerkt aan techniek. Belangrijker voor onze universiteit is het ondernemende karakter. Zo kijken ook buitenstaanders tegen ons aan en zij waarderen dat. Vooral als het gaat om ondernemen met technologie. In deze module richten wij ons op het ondernemen in Aziatische context.'

Stam en Krabbendam zijn daarom van mening dat UT-studenten zich ook moeten voorbereiden op een toekomstige internationale concurrentie van de arbeidsmarkt. `Het zal niet lang meer duren of er studeren in China jaarlijks één miljoen ingenieurs af. En wat te denken van Japan en India. De arbeidsmarkt wordt internationaal. De UT moet daarom een oefenplaats worden waar studenten zich in een internationale context kunnen voorbereiden op die wereldwijde arbeidsmarkt.' Volgens de twee professoren heeft de UT op dit gebied nog wel een slag te maken. `Een collegezaal is niet zomaar in één keer multicultureel. Daar moet je wat voor doen. Het is niet alleen het geven van onderwijs in het Engels. Het gaat vooral om de wijze waarop het onderwijs is ingericht, dat uitgaat van westerse principes die vreemd zijn voor onder andere Aziatische studenten.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.