Per saldo heeft de UT echter financieel niet te klagen, aldus Van Ast, ondanks de Plasterkmaatregel. De UT heeft daar bij het ministerie protest tegen aangetekend. `Het betekent dat we ongeveer tien procent op ons onderzoeksbudget inbinden. We gaan bekijken hoe we daar mee om kunnen gaan.' De UT verwacht 2008 te kunnen afsluiten met een overschot van 8 miljoen euro. Daar komt misschien nog een miljoen bij, omdat bij hem de cijfers van de deelnemingen van de universiteit, zoals het ITC, nog niet bekend zijn. Er was een overschot van drie miljoen begroot.
Dat verschil komt doordat een aantal projectresultaten is meegevallen en er minder werd uitgegeven aan loonkosten. Veel vacatures zijn niet vervuld. Het blijkt moeilijk bepaalde leerstoelen in te vullen. Dat is volgens Van Ast geen specifiek UT-probleem maar speelt ook aan andere universiteiten. Het CvB wil daarom het komend jaar meer inzetten op het scouten van talenten. Verder moet het voor onderzoekers aantrekkelijker worden gemaakt de overstap naar de UT te wagen, bijvoorbeeld door begeleiding te bieden bij het zoeken naar een baan voor de meeverhuizende partner. Van Ast hoopt ook dat de kredietcrisis een klein beetje kan helpen bij het vervullen van vacatures. `In een slechtere economie hebben we misschien minder last van de concurrentie van een goedlopende industrie. De banen liggen daar nu ook niet meer voor het oprapen.'
Voor de komende jaren voorziet Van Ast dat het vooral moeilijker zal worden onderzoeksgeld binnen te halen. Op de begroting voor 2009 staat een tekort van 5,5 miljoen. Dat komt deels doordat reserves van de instituten worden ingezet op de begroting. Verder loopt de UT in 2009 4,5 miljoen mis door de zogenaamde matchingsmaatregelen van minister Plasterk.
De minister brengt het onderzoeksgeld, dat eerder rechtstreeks naar de universiteiten ging, onder bij de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Voor elke euro die de UT van het NWO ontvangt, moet ze echter hetzelfde bedrag zelf bijleggen. Een andere geldbron van het ministerie, subsidieprogramma Smart Mix, is bovendien opgehouden te bestaan. De UT scoorde hier goed in.
Om hetzelfde bedrag aan onderzoeksgeld binnen te slepen als afgelopen jaren zou de UT twee keer zoveel succesvolle aanvragen bij NWO moeten indienen, iets wat Van Ast niet reëel acht. Andere bronnen dan NWO (zoals EIT) stellen weliswaar steeds meer geld beschikbaar, maar volgens de bestuurder vormen de transactiekosten (de energie die van UT-wege in een aanvraag moet worden gestoken) een steeds hogere belasting voor onderzoekers. `Het maximum van onze onderzoeksinspanningen is wel zo'n beetje bereikt', aldus Van Ast.
Het genoemde tekort op de begroting betekent volgens Van Ast trouwens niet dat de UT er slecht voor komt te staan. `Die min is vooral van boekhoudkundige aard. Het komt omdat we een deel van de reserves inzetten. Verder kunnen we de bouw van NanoLab, Carré en de nieuwe Ravelijn financieel gezond afwikkelen en zullen de inkomsten voor onderwijs licht groeien. Onze uitgangspositie is dus bepaald stevig. Maar achterover leunen is er niet bij. De dynamiek in de financiële sector is erg hoog, er gebeurt altijd wel wat.'