Minister Plasterk houdt vol dat het niet doenlijk is om de basisbekostiging van universiteiten en hogescholen afhankelijk te maken van hun prestaties. “Dat wordt een gekkenhuis.”
Tijdens een overleg met de Tweede Kamer verdedigde de VVD dat een deel van de basisbekostiging – “enkele honderden miljoenen” – op grond van prestaties verdeeld kan worden. Eerder hadden de liberalen al een voorstel voor leerrechtenbekostiging gedaan, dat Plasterk bij zijn aantreden direct van tafel veegde. Ook deze keer werden ze het niet eens. Volgens de bewindsman zou zulke prestatiebekostiging “een ongelooflijke hoop red tape” genereren. “Juist de partij die een kleinere overheid wil, zou dit niet moeten willen.”
Hij verwees naar de commissie-Sorgdrager, die het idee ook al naar de prullenbak zou hebben verwezen. De commissie stelde als alternatief voor om twintig miljoen te reserveren voor ‘excellentie’, maar daar ziet Plasterk van af. Hij geeft het bedrag liever uit aan prijzen voor ‘best practices’ in het bacheloronderwijs. Dan profiteren niet alleen topopleidingen, maar het hele hoger onderwijs.
Een nadere uitwerking van zijn plannen zegde hij voor maart toe. Onder druk van zijn partijgenoot Besselink (PvdA), die de hoop op een sterkere prestatieprikkel nog niet heeft verloren, beloofde Plasterk “een groter voorstel” als het experiment met de beloning van ‘best practices’ succesvol is.
HOP, Hein Cuppen