| Gerrit Keizer. Foto: Arjan Reef. |
Gerrit Keizer (58) werkt op maandag en dinsdag als receptionist voor het facilitair bedrijf; de donderdagen en vrijdagen is hij pedel, of bidellus generalis. `Als ze me ooit zouden vragen twee dagen in te leveren, dan worden het de maandag en dinsdag. Laat mij die andere dagen houden. Op de receptie heb ik het hartstikke leuk, maar pedel is het mooiste werk van de universiteit.'
Al dertien jaar is Keizer de eerste pedel van de UT. Hij wordt bijgestaan door een reservepedel en een student. Eerder werkte hij bij officiële gelegenheden in de cabine achter de schermen waar hij het licht en geluid regelde. Zijn voorganger Jan Broekman vroeg hem in 1995 de pedelstaf van hem over te nemen. Morgen tijdens de 47ste dies natalis van de UT leidt hij alle hoogleraren en belangrijke gasten weer naar hun zitplaatsen in het Muziekcentrum.
Maar een pedel treedt vaker in de spotlights dan alleen tijdens de dies of de opening van het academisch jaar. `Ik heb het even geteld, we hebben in dit kalenderjaar 163 promoties. Die doen we op donderdagen en vrijdagen, soms wel drie op een dag. De komende maand wordt nog erg druk. We moeten dan zelfs een keer de dinsdag en de woensdag erbij trekken', vertelt Keizer. Daarnaast is de pedel verantwoordelijk voor de toga's van de hoogleraren. Die moeten op tijd worden gestoomd, er moeten voldoende reservetoga's zijn en soms moeten er nieuwe worden aangeschaft.
Net als bij de jaaropening en de dies leidt de pedel bij een promotie de commissie de zaal in en uit, legt Keizer uit. Tijdens de verdediging van de promovendus, houdt hij buiten de zaal de tijd in de gaten. Na drie kwartier treedt hij weer binnen, tikt met zijn staf op de grond en zegt: `Mijnheer de rector, de tijd is verstreken'. Hora est, dus. Het mooiste moment, aldus Keizer. `Als ik dan de zaal uitloop, hoor je het geroezemoes van de familieleden die zeggen dat de promovendus het zo fantastisch heeft gedaan.'
Keizer houdt van de spanning en de ontlading die de doctoren in spe meemaken tijdens hun verdediging. `Een week voor de promotiedatum hou ik altijd een intakegesprek, waarin ik het protocol met de promovendus doorneem. Vaak zijn ze dan al zenuwachtig, maar ze zeggen dat dat op dag zelf niet zo zal zijn. Als ik dan toch zo'n klef handje krijg, weet ik al hoe laat het is. Dat is niet erg, het is gezonde spanning. Vaak gaat dat na het inleidende praatje wel voorbij. En als ik dan aftik, komt de ontlading helemaal. Schitterend.'
Voor de pedel zelf zijn de grote evenementen het spannends. `Dan sluipt bij mij ook de spanning er in', biecht Keizer op. Morgen wordt dus weer een bijzondere dag. `Een promotie doe je elke week, dat is niet zo spannend meer. Maar voor de dies wordt alles heel nauwkeurig gepland, dan wil je niet dat er iets fout gaat. We lopen met twee pedellen de zaal in en dan moeten we zorgen dat elke hoogleraar op de voor hem gereserveerde plek komt. Zonder haperingen, anders is het heel storend. Pas als iedereen zijn plek heeft gevonden, glijdt de spanning ervan af. Het cortège moet de zaal ook in een bepaalde volgorde verlaten, maar dat gaat eigenlijk vanzelf.'