Debat over actuele zaken

| Redactie

Sinds 2003 is de Bastille een broedplaats voor studentenactivisme en ondernemerschap. Maandag werd het eerste lustrum van het vernieuwde gebouw groots gevierd met allerlei activiteiten, zoals een debat. Onder leiding van BN'er Victor Deconinck gingen oud-rector magnificus Frans van Vught, de hoogleraren Antoni Brack en Marc Wouters en oud SU-bestuurder en UReka fractielid Jonathan Brugge stevig met elkaar in gesprek.

Beeld van de discussie onder leiding van Deconinck
Beeld van de discussie onder leiding van Deconinck

De eerste stelling - `De SU kan beter opgeheven worden, ze hebben de afgelopen negen jaar niets nuttigs bereikt'- maakte direct de tongen los. Antoni Brack gooide de knuppel in het hoenderhok: hij ziet geen nut in de SU. Jonathan Brugge echter: `Je kunt door de Student Union dingen bereiken die verenigingen afzonderlijk gewoon niet voor elkaar krijgen.' Frans van Vught: `Universiteiten, en zeker in Nederland, zijn te weinig op de student gericht. Een orgaan als de Student Union zorgt voor interactie tussen de universiteit en de student, en is daarmee een nuttige aanvulling op de formele UT-organisatie. Marc Wouters: `Veel studenten en medewerkers weten helemaal niet wat de Union doet. Daarmee neemt haar nut sterk af.'

De volgende stelling: `Studentactivisme en -ondernemerschap zijn tijdverspilling. Studenten moeten zich richten op hun studie.' Brack: `Activisme kan zeker tijdverspilling zijn, de term is eigenlijk veel te vaag. En studentondernemerschap is eigenlijk onverantwoord. Je kunt niet verwachten dat studenten zonder diploma in hun eigen vakgebied adviezen gaan geven. De kans op schade bij derden is groot.' Van Vught ziet de campus vooral als proeftuin. `Daar kan je nog op je bek gaan. De universiteit kan het risico verlagen door duidelijk te maken wat studentondernemerschap inhoudt.' Brugge en Wouters sloten zich daar in grote lijnen bij aan.

De overige drie stellingen behandelden het studentenconsumisme, de harde knip en het voorschrijven van zelfgeschreven boeken door docenten. Belangrijkste conclusies: de student is wel deelnemer aan het academisch verkeer, maar moet in de eerste plaats ook geleerd worden hoe het werkt en is daarmee consument in het onderwijs; de harde knip is een regeling die ingevoerd moet worden met de nodige flexibiliteit: om het kaf van het koren te kunnen scheiden. En boeken, geschreven door de docent van een vak, moeten duidelijk wel meerwaarde bieden ten opzichte van andere boeken uit het vakgebied. Wouters: `Bij de meeste onderwerpen moet je gewoon gebruik maken van de internationale standaardwerken.' Van Vught deed daar nog een schepje boven op: `Bij sociale wetenschappen worden veel boeken alleen geschreven om beroemd, gepubliceerd of geciteerd te worden. Weg met het zelfgeschreven boek!'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.