| De nieuwe hoogleraar Michel van Putten. Foto: Arjan Reef |
Met deze universiteit om de hoek, moeten interessante dingen te doen zijn, dacht Michel van Putten (45) toen hij ruim drie jaar geleden bij het MST begon. `Het ziekenhuis had een goede klinische neurofysiologieafdeling en ik wist dat het toenmalige afdelingshoofd wegging. Dat bood mogelijkheden. Bovendien sprak de ondernemende geest van de UT en haar activiteiten op het gebied van medische gezondheid mij aan. Zo zeer dat ik opleidingsdirecteur Heleen Miedema opbelde om te filosoferen over wat mogelijk zou zijn qua samenwerking. Gek genoeg kwam het telefoontje op het juiste moment. Zij zocht iemand die het vak neurale systemen, een tweedejaars vak over de technische aspecten van neurologie, kon geven. Zo is het balletje gaan rollen. Het is nu juist de combinatie van kliniek en universitaire instelling die de leerstoel voorziet van input.'
De neuroloog begon aanvankelijk zonder officiële aanstelling de collegereeks. Het jaar erop werd hij universitair docent, later hoofddocent en sinds 1 november is hij voor twee dagen in de week hoogleraar. Zijn academische loopbaan begon met een studie geneeskunde in Leiden. `Maar ik miste de techniek en het conceptuele denken.' Na vier jaar switchte Van Putten naar technische natuurkunde in Delft. `Dat was fantastisch! Er waren vrij veel slimme mensen en goede leraren.' Lacht: `Ik kreeg waar voor mijn geld, vond ik.' In 1991 studeerde Van Putten af. `Toen al op een medisch technisch onderwerp: het meten van bloedstromen in haarvaten. Ik vind meten gewoon leuk. De technische natuurkunde ervaar ik als een verdieping van de geneeskunde.'
Na zijn afstuderen begon Van Putten met neurologie in Leiden. `Aan de TU Delft deed ik tegelijkertijd mijn promotie. Met dat wetenschappelijke onderzoek was ik bij mijn ouders in Eindhoven al begonnen. Mijn vader is elektrotechnisch ingenieur. Een zeer nieuwsgierige man die alles wil begrijpen. Hij heeft een eigen onderzoekslab en als kind was ik al bezig met meten.' Promoveren kan dus heel klassiek thuis, oppert de hoogleraar. `Qua meten paste het promotieonderzoek wel bij neurologie. Het onderwerp - luchtstromen meten - minder. Maar ik leerde wel het doen van wetenschappelijk onderzoek en het werken met grote hoeveelheden data.' Een drukke tijd, herinnert Van Putten zich. `Ik vroeg me ook wel eens af of het promoveren niet ten koste zou gaan van mijn opleiding. Maar sommige dingen groeien zo.' Met zijn twee broers en vader richtte hij ondertussen ook nog het bedrijf Van Putten Instruments - gespecialiseerd in luchtstroommetingen - op. `Ik ging mee met het enthousiasme van mijn jongste broer Pascal die nog steeds de CEO is. Mijn rol bij de onderneming is inmiddels zeer bescheiden, maar het is wel een mooi voorbeeld van kennisvalorisatie.'
Gepromoveerd, ondernemer en neuroloog. `Wat nu, dacht ik. Ik wilde het technische gereedschap combineren met mijn medische kennis. In de geneeskunde wordt steeds meer techniek gebruikt, zoals bij de klinische neurofysiologie. Het vakgebied richt zich onder andere op het meten en interpreteren van biosignalen van het zenuwstelsel en de spieren ten behoeve van de diagnostiek en therapie. Ook speelt het vergroten van het inzicht in neurologische ziekten een grote rol. Mijn focus is het centrale zenuwstelsel. Dat is een enorm dynamisch vakgebied. Een gezond onderwerp ook. Het verzadigt niet.'
Van Putten's onderzoek richt zich onder andere op ritmes en dynamica bij epilepsie en ischaemia. `Twee aandoeningen die je in kritieke toestand zoals op de Intensive Care (IC) moeilijk kunt vaststellen. Als je in staat bent deze verstoringen tijdig op te sporen, dan kun je dreigende schade eerder vaststellen en eerder ingrijpen.'
De bewaking van het brein in kritieke omstandigheid vergt slimme meetvormen. De elektro-encefalografie (EEG), de hersenfilm, speelt hierbij een belangrijke rol. `Het zenuwstelsel bestaat uit neuronen die continu informatie verzamelen en verwerken. Het zijn deze elektrochemische signalen die informatie bevatten over het `communiceren' en functioneren van neuronen. Die communicatie kun je bijvoorbeeld meten met een EEG. Het apparaat vertaalt de hersengolven naar een grafiek. Zo kunnen we als het ware luisteren naar de `communicatie' van die neuronen. Voor de klinische neurofysioloog ligt er de uitdaging om dat op een nog slimmere en snellere manier te kunnen doen.' De huidige manier - het visueel interpreteren van hersenfilms - duurt volgens de hoogleraar vaak te lang en is niet altijd honderd procent betrouwbaar. Ook zijn er situaties waar dit nauwelijks te doen is zoals bij monitoring op de IC. `Er zijn heel veel verschillende `ritmestoornissen' in het brein. Met een slim meetinstrument en met behulp van computers moet het mogelijk zijn dit beter te begrijpen en ook betere uitspraken te doen over de onderlinge mechanismen. Daarnaast is een simpele interface nodig om de data inzichtelijk te maken zodat ook de niet-expert ze kan interpreteren.'
Van Putten zegt dat de wetenschap steeds meer gaat snappen van het brein. `We kunnen extern elektrochemische signalen toevoegen om het `chatten' van neuronen te veranderen. Dat gebeurt onder andere al bij pijnbestrijding, Parkinson-patiënten en epilepsiepatiënten. Door de elektroden in een geschikte hersenstructuur te plaatsen, kunnen we de neuronale netwerken beïnvloeden. Hier liggen nog veel onderzoeksvragen: welke patiënt is geschikt, waar gaan we stimuleren, hoe veel elektroden brengen we in? Bovendien is het afbreukrisico nog groot. Als je verkeerd zit, dan kan dat heel nare effecten hebben.'
Voor technisch geneeskundigen ziet Van Putten hier een grote rol weggelegd. `Men realiseert zich dat er steeds meer techniek in de geneeskunde wordt gebruikt. Vroeger had je een alleswetende dokter. Tegenwoordig heb je heel slimme specialisten, maar je hebt ook technische doktors. In die niche zie ik de TG-ers opereren. De technische mogelijkheden nemen zó aan complexiteit toe dat deze differentiatie in achtergrond noodzakelijk wordt. En we hebben het bijvoorbeeld nog niet eens over het gebruik van sensoren in de geneeskunde gehad.'