Maria Haagsma. Foto: Gijs van Ouwerkerk.
Wat heb je onderzocht?
`Ik heb een vragenlijst ontwikkeld aan de hand van literatuur over de risicofactoren voor verslaving en de criteria voor gokverslaving. Die vragenlijst heb ik op tien Nederlandse gamefora geplaatst. Daarop hebben 176 mannen en zes vrouwen gereageerd, waarna ik heb besloten de vrouwen weg te laten in mijn onderzoek. Tachtig procent van de respondenten was jonger dan twintig jaar en woonde nog thuis.'
Wat zijn de risicofactoren voor gameverslaving?
`Factoren als depressie, ontsnappen aan de werkelijkheid en zelfeffectiviteit, dat is de mate waarin je jezelf in staat acht iets te doen. Ik heb bijvoorbeeld gevraagd of de gamers het moeilijk vinden om te stoppen met spelen.'
En?
`De respondenten zijn gemiddeld negentien uur per week aan het gamen. Vooral online spelletjes zijn populair. Daarbij spelen ze met verschillende mensen en is er onderling veel interactie. Motieven om te gamen zijn prestaties leveren, competitiedrang en contacten leggen. Maar als ze niet lekker in hun vel zetten en het spelen gebruiken als ontsnapping aan de werkelijkheid en ook nog eens heel snel opgaan in het spel, dan kan dat leiden tot verslaving. Volgens mijn criteria is twee tot drie procent van de respondenten verslaafd. Een punt van discussie in mijn onderzoek is de schaal. Ik heb op een bepaald moment gemeten en het kan ook best zijn dat meer mensen problemen ervaren, maar dat dat niet naar voren is gekomen in mijn onderzoek.'
Wat zijn je aanbevelingen?
`Verslaafden vinden het moeilijk om hulp te zoeken. Daarom zou je op scholen voorlichting kunnen geven en informatie kunnen plaatsen op een gameforum. Dat moet dan wel op een laagdrempelige manier gebeuren, bijvoorbeeld door mensen die ervaring hebben met gameverslaving hun verhaal te laten vertellen. Ook moeten de ouders benaderd worden, zodat zij eerder kunnen ingrijpen als het gedrag van kind uit de hand loopt. Maar er moet vooral meer onderzoek komen naar gameverslaving.'
Wat ga je nu doen?
`Ik wilde al promoveren toen ik nog met mijn bachelor bezig was en dat wil ik nog steeds. Ik hoop een promotieplaats te vinden die mij aanspreekt. Ik heb twee scriptiebegeleiders gehad, van psychologie en communicatiewetenschap, en beiden hebben interessante onderzoeksvoorstellen, waarop ik zou kunnen solliciteren. Ik moet nog overleggen wat ik ga doen.'