Over vijf jaar wil de UT zichtbaar zijn in de Europese top. Dat moet mogelijk zijn op basis van haar hoge wetenschappelijke kwaliteit, ondernemende karakter en bijzondere onderwijs.
Dit statement is vastgelegd in het Strategisch Beraad dat begin deze week in Lausanne bijeen was om de contouren van de nieuwe UT-koers voor de komende jaren (Route '14) vast te stellen.
CvB-voorzitter Anne Flierman spreekt van een geslaagde bijeenkomst die onder meer heeft geleid tot het gewenste commitment van college van bestuur, de decanen en de instituutsdirecteuren. `Niet alles is nieuw en veel loopt al, maar het verschil met het nabije verleden is dat de neuzen nu dezelfde richting opwijzen. Dat is de winst die we hebben geboekt.' Na de zomer zijn de vastgestelde plannen uitgewerkt en worden ze gepresenteerd aan deze academische gemeenschap.
De vier werkgebieden waarop de UT zich wil onderscheiden in Nederland en Europa zijn:
-pre-university programma's, in nauwe samenwerking met middelbare scholen in regio.
-undergraduate onderwijs (de bachelor) dat voldoet aan de vraag in de regio, Nederland en Europa,
-internationaal profilerende graduate programma's in een Graduate School voor onderzoekers, naast een School of Engineering en een School of Social Sciences, beide voor hoogwaardige academische arbeidsmarktkwalificaties,
-Executive en Life Long Learning programma's.
CvB-voorzitter Anne Flierman vertelt dat de nieuwe opzet van het UT-onderwijs geheel geënt is het zogenaamde Angelsaksisch model, zoals dat in landen als Amerika en Engeland wordt gehanteerd. De UT, aldus Flierman, neemt daarmee op de TU's in Delft en Eindhoven en andere Nederlandse universiteiten een voorsprong.
Het onderwijs zoals de UT zich dat voorstelt is kleinschalig, de begeleiding is intensief en er is ruime aandacht voor ondernemerschap. De getalenteerde student wordt maximaal uitgedaagd in honourstrajecten, maar ook de modale student moet zich er thuisvoelen. Studenten die de verkeerde keuze hebben gemaakt worden zo snel mogelijk verwezen naar passender plek.
Een strategisch punt in het geheel is de campus en de rol die zij kan gaan vervullen in het nieuwe profiel van de UT (Berenschot-rapport, zie elders in deze krant). Het Beraad is daar heel duidelijk over: er moet meer leven in de brouwerij komen. Dat kan onder meer door een onderwijsverroostering van 9 tot 9 en een beter campusmanagement. Verder is er behoefte aan een landmark, een prominent en karakteristiek herkenningspunt dus, waar de UT hightechonderzoek en onderwijs rond specieke maatschappelijke toepassingsgebieden (zoals health of water) kan etaleren. Wellicht dat het vernieuwde gebouw Langezijds (de Etalage) voor dit doel kan worden aangewend.
Besloten is ook om tenure tracks in te voeren die zo snel mogelijk tot promotierecht leiden voor talentvolle jonge onderzoekers. Verder gaat de UT (onder verantwoordelijkheid van de decanen)
actiever speuren naar internationale toppers. Flierman: `Dat gebeurt al, maar het moet intensiever. Het kost extra geld - we komen dan boven de Balkenendenorm uit- maar ik denk dat de minister daar geen moeite mee heeft. Bovendien gaat het veeleer om faciliteiten.' De UT wil ook haar best doen (`actieve lobby richting NWO') om interdisciplinair onderzoek erkend en gefinancierd te krijgen en ze wil beter inhaken op Europese onderzoeksinitiatieven.