De reden zou weleens kunnen zijn dat wij ons boven de primaten verheven voelen. Elke boer let erop als het om zijn veestapel gaat, maar verse genen, dat hebben wij mensen helemaal niet nodig. Dat zien wij als een bewijs van beschaving. In onze cultuur wordt het daarom als volkomen normaal, ja zelfs als wenselijk beschouwd, om iemand uit de eigen vertrouwde kring als partner te kiezen. Wie het aanlegt met een buitenlander wordt vaak met de nek aangekeken. Die geeft toe aan primitieve dierlijke instincten.
Onze neiging tot inteelt is het sterkst als we beschaving verpakken als godsdienst. Dat de kindersterfte onder Turkse en Marokkaanse Nederlanders hoog is door de vele neef-nicht-huwelijken, bewijst dat deze nieuwkomers voorbeeldig zijn ingeburgerd. Want wij christenen kunnen er ook wat van. En waarom eigenlijk? De bijbel zegt toch heel duidelijk: ga heen en vermenigvuldig u. Dus niet: pak de buurvrouw en vermenigvuldig u. Ook niet: blijf thuis, neem je dochter en vermenigvuldig u. En niet: haal je neef en vermenigvuldig u. Maar: ga heen. Zoals olifantenstieren.
Als we een wezenlijke keuze moeten maken, kiezen wij gelovigen liever niet. Omdat de uitkomst dan de voorbestemde zou zijn. Gods wil. Ja, als het ons uitkomt mogen we graag vergeten dat God ons altijd de keuze laat.
Dat blijkt ook in het debat over embryoselectie. De Christenunie heeft een verdedigbaar punt als ze wil voorkomen dat gezonde embryo's worden vernietigd. Maar als al vaststaat dat er embryo's vernietigd zullen worden, omdat niet alle bij een ivf-behandeling ontstane embryo's ingeplant kunnen worden, waarom dan niet kiezen voor de gezondste? Welke gelovige heeft liever meer maar willekeurig leed, dan minder weloverwogen leed? Wie kiest voor God, is niet ontheven van het maken van andere keuzes.