| Mochten de zaalvoetballers van v.v. Drienerlo morgen winnen van Hoorn dan is promotie naar de eredivisie zo goed als zeker. Foto: Arjan Reef. |
Naam: Bart Tabak
Leeftijd: 35 jaar
Functie: coördinator-internationaal van een onderneming in kunststofverpakkingen
Standplaats: Goor
Studie: werktuigbouwkunde
Afgestudeerd: 1997
Sport: zaalvoetbal
Club: v.v. Drienerlo
Rol: aanvoerder
Gekwalificeerd voor de play-offs en nog één zege verwijderd van de eredivisie. Komt jullie droom uit?
`Die kwam al uit toen we vorig jaar naar de eerste divisie promoveerden, maar het kan kennelijk nog mooier. We zijn in vijf jaar vier keer gepromoveerd. Niet verkeerd toch?'
Als jullie vrijdag - morgen - in Hoorn de plaatselijke voetbaltrots verslaan, spelen jullie volgend seizoen eredivisie, toch?
`Dat schat ik ook zo in. We spelen samen met Hoorn en Groningen in een poule van drie. Twee van deze drie teams promoveren. Eén goede zege zou voldoende moeten zijn voor promotie.'
Hoe goed kennen jullie Hoorn en Groningen?
`Niet of nauwelijks. Hoorn heb ik wel eens voorbij zien komen in een landelijke finale, maar geen idee hoe ze nu spelen. Dat geldt ook voor Groningen. We moeten maar gewoon uitgaan van onze eigen kracht. Dat doen we het hele seizoen al en dat doen we goed.'
Wat is die kracht?
`Onze mentaliteit en teamgeest. Misschien zijn we geen wondervoetballers, maar we weten van elkaar verdraaid goed wat we wel en niet kunnen. En we maken weinig fouten. Zaalvoetbal is een foutenfestival en wie de minste fouten maakt, wint de wedstrijd. Veel ingewikkelder is het niet.'
En deze kwaliteiten zijn voldoende voor promotie naar de eredivisie?
`Een andere kwaliteit van ons team is dat we meerdere speelstijlen beheersen. Snel omschakelen, counteren en opbouwen. Van die veelzijdigheid moeten we het hebben. Bovendien beschikken we dit seizoen over een prima trainer die ons aantoonbaar beter maakt.'
Voor een studentenclub speelt deze groep opmerkelijk lang samen.
`Er is nauwelijks verloop. Soms komt er een nieuwe speler door maar de kern van deze ploeg is al jaren bijeen. Het feit dat we in vijf jaar vier keer zijn gepromoveerd is voor veel spelers een reden te blijven hangen bij de club.'
Maar is het dan nog wel een studentenvereniging? Zelf ben je 35 en er zijn meer spelers die jouw leeftijd naderen. Is dat geen probleem?
`Nee. Ik denk dat de verhouding studenten niet-studenten fiftyfifty is. Daar is niet zoveel mis mee.'
Niet?
`Nee, okay we lopen de deur misschien niet plat bij elkaar, maar na een wedstrijd drinken we wel gezellig een biertje. Het studentikoze karakter is diep geworteld binnen deze vereniging en dat moet zo blijven.'
Ben jij behalve aanvoerder ook aanjager?
`Ach, je moet de rol van aanvoerder niet overdrijven. Het is niet meer dan een krabbel zetten op het wedstrijdformulier of wat andere dingetjes rond de wedstrijd regelen. Ik was een aantal jaar geleden meer aanjager voor de ploeg dan nu. Andere spelers jagen de boel misschien nog wel meer aan dan ik.'
Wat zijn je kwaliteiten?
`Als zaalvoetballer moet je van alle markten thuis zijn. Verschil met het veldvoetbal is dat verdedigers misschien nog wel vaker scoren dan aanvallers. Mijn kwaliteiten? Ik stofzuig achterin en in de wedstrijd coach ik een beetje.'
Dat jullie kans maken op promotie naar de eredivisie komt voor de buitenwacht als een verrassing. Want in de slotfase van de competitie leek die droom uiteen te spatten omdat jullie simpelweg te weinig punten pakten.
`Klopt, we hadden een mindere periode waarin we te veel wedstrijden verloren. Om zicht te houden op de play-offs moesten we de laatste vijf duels van de competitie winnen en we speelden tegen louter topteams. We kwamen tot vier zeges en door die inhaalslag werden we gedeeld derde met Tornado uit Deventer.'
Een derde plaats is normaal gesproken niet voldoende voor de play-offs?
`Normaal gesproken niet, maar omdat er in de eredivisie boven ons uitzonderlijk veel ploegen naar de topdivisie promoveerden - een elitecompetitie voor de beste ploegen uit Nederland - kwamen wij toch nog in aanmerking voor de beslissingswedstrijd. Een beetje geluk hebben we daarbij natuurlijk wel gehad.'
En dat sleutelduel wonnen jullie overtuigend.
`Zeker en de uitslag van 6-2 was niet geflatteerd. Op neutraal terrein (Almelo) speelden we gewoon een fantastische pot. We staken ook allemaal in bloedvorm.'
En die vorm hebben jullie straks ook nodig om Groningen en Hoorn te kloppen?
`We zullen allemaal moeten pieken, maar we zijn er sterk genoeg voor.'
Kunnen jullie bij promotie naar de eredivisie nog wel op de campus uit de voeten?
`Je hebt hier prima faciliteiten, maar we wachten al heel lang op het topsportplan van de UT. Zo willen we graag gebruik maken van het fitnesscentrum. Dat is op dit moment schreeuwend duur. Met een nieuw topsportplan zouden we gratis gebruik moeten kunnen maken van deze faciliteiten. Als we promoveren naar de eredivisie moeten dat soort dingen gewoon geregeld zijn. Daar zal ik me dan ook hard voor maken.'
DE DOMPER VAN DE WEEK
Ze is teleurgesteld en ook een beetje verdrietig, Want Euros skiffeuze Sanne Beukers zag in Luzern op de Rotsee haar droom op een Olympisch ticket in rook opgaan. De 25-jarige toproeister moest in deze wereldbekerwedstrijd de finale halen om deel te kunnen nemen aan het kwalificatietoernooi van de Olympische Spelen maar dat lukte dus niet. Ze werd twaalfde. Uitgerekend op de dag van dat roeiexamen bleek zo'n beetje de hele mondiale wereldtop zich aan de start verzameld te melden. Dat had ze niet verwacht. Maar nu - daags na de wedstrijd - zegt ze zichzelf niets te kunnen verwijten. Gevolg is wel dat de roeister langzaam maar zeker een punt zet achter haar loopbaan als toproeister.
`Het is echt niet zo dat ik nooit meer in een skiff ga zitten en als er een interessant roeiproject voorbijkomt zal ik daar ook over nadenken, maar de kans is groter dat ik nu ga afbouwen. Ik behoor tot de twaalf beste skiffeuzes van de wereld en daar is niks mis mee. Maar dat neemt niet weg dat ik me verdrietig voel. Mijn olympische droom ligt aan flarden en daar baal ik van. Dat gevoel zal ook nog wel een tijdje aanhouden. De bond wil alleen medaillekandidaten afvaardigen naar de Spelen en dat ben ik dus niet. Dat is keihard en ik kan me daar wel heel naar over maken, maar dat heeft geen zin. Ik moet dit gewoon accepteren en ik wil me nu ook meer richten op mijn studie (politieacademie) en mijn maatschappelijke loopbaan. Ik kan mezelf niks verwijten. Heb in Luzern alles gegeven en moet nu constateren dat dit het maximaal haalbare is. Mogelijk dat ik met een voorbereidingsperiode van drie jaar succesvoller zou zijn geweest dan nu met twee jaar, maar dat is nu eenmaal niet de praktijk.'