Qanu, wat staat voor Quality Assurance Netherlands Universities, is een externe instantie die de onderwijs- en onderzoeksprogramma's van Nederlandse universiteiten beoordeelt en adviezen geeft voor verbetering. Het definitieve rapport van de onderzoeksvisitatie onderwijskunde, waarin ook de onderzoeksgroepen van het IBR zijn opgenomen, verschijnt binnenkort en beslaat de periode 2000-2005.
Het programma Computerized Testing of Knowledge and Skills van de hoogleraren Cees Glas en de naar de VS vertrokken Wim van der Linden kwam veruit als beste uit de bus van alle onderwijskundige onderzoeksgroepen in Nederland. In de beoordeling van Qanu wordt gekeken naar de kwaliteit van het onderzoek, de relevantie ervan, de productiviteit, oftewel het aantal publicaties en proefschriften, en ook de (financiële) levensvatbaarheid van het programma. Gemiddeld scoort de groep van Glas 4,75 op een schaal van 1 (unsatisfactory) tot 5 (excellent). Op drie van de vier onderdelen is dit onderzoeksprogramma zelfs `excellent'. Dat wil zeggen dat het onderzoek dat in deze groep gedaan wordt internationaal vooroploopt en vaak leidend is.
De UT behoort ook over de gehele breedte in het onderwijskundig onderzoek tot de top van Nederland. De vier programma's samen worden beter beoordeeld dan de onderzoeksprogramma's in Amsterdam, Utrecht en Groningen. Alleen de Open Universiteit scoort iets beter dan de UT.
De UT-programma's Inquiry learning in powerful learning environments (hoogleraar Ton de Jong) en Effectiveness of School and Training Organizations (hoogleraar Jaap Scheerens) scoren beiden driemaal een 4 en een 4,5. Qanu constateert dat het vierde onderzoeksprogramma Curriculum Design and Implementation met aan het hoofd hoogleraar Jan van den Akker tussen 2000 en 2005 tekenen van achteruitgang vertoonde. Desondanks scoort het op alle punten een 3 (goed). Het onderzoek is op nationaal niveau van belang, maar volgens Qanu weinig competitief in het internationale veld.
De faculteit GW heeft nadrukkelijk aandacht voor het achterblijven van deze groep bij de andere onderzoeksprogramma's. Momenteel wordt geld vanuit de faculteit geïnvesteerd om een aantal nieuwe mensen aan te trekken en te zorgen dat de groep bij een volgende visitatie weer een internationaal niveau haalt.
Een van de aanbevelingen die het Qanu doet om Computerized Testing of Knowledge and Skills nog beter te maken, is het terughalen van de door Cito gefinancierde leerstoel. Om persoonlijke redenen verdween in 2000 deze `Cito-chair', maar per 1 mei van dit jaar is inmiddels een nieuwe bijzonder hoogleraar gefinancierd door het Cito aan het werk. Theo Eggen zal zich de komende vijf jaar bezig houden met psychometrische aspecten van examinering. Hieronder valt bijvoorbeeld het opzetten van statistische modellen voor de evaluatie van het onderwijs op zowel nationaal als internationaal niveau.