Steenfabriek als inspiratie

| Redactie

De overblijfselen van een oude steenfabriek aan de IJssel tussen Olst en Wijhe inspireerden hem voor het ontwerp van een vakantiehuisje. Student industrieel ontwerpen Herman Weeda was de huisjes al aan het uittekenen toen zijn oog viel op een ontwerpwedstrijd van de Provincie Overijssel. De opdracht sloot perfect aan bij zijn idee. Het leverde hem afgelopen vrijdag in Zwolle een gedeelde publieksprijs op. `Ik wist dat het goed was', aldus Weeda.

Herman Weeda

Herman Weeda
(foto: Gijs van Ouwerkerk)

Haastig loopt Herman Weeda (23) de centrale hal van de Horst binnen. `Ik was mijn laptop vergeten', verontschuldigd hij zich. Die heeft hij nodig om zijn verhaal wat in te kleuren. Een plaatje zegt immers vaak meer dan woorden, zeker als het om een ontwerp gaat. De student werkt als freelancer aan verschillende opdrachten. Eén ervan kwam via via binnen. `Een contact van mijn vader. Jan Grootenhuis heet de man in kwestie, woonachtig in Den Nul, een dorpje vlakbij de rivierdijk. Hij is hoefsmid en zocht een inkomstenvoorziening voor zijn oude dag.' De ambachtsman vatte het idee om vakantiehuisjes achter in zijn tuin te bouwen. `Zeg maar gerust landgoed', aldus Weeda en hij tovert een paar foto's op zijn beeldscherm te voorschijn. `Achter deze dijk ligt het plaatsje Den Nul. Dit is het gebied voor de vakantiehuisjes. Best een bouwkundige opdracht, maar wel in lijn met mijn interesse.'

Het ontwerp van Herman Weeda
Het ontwerp van Herman Weeda

De IO-student ontwierp een vakantieaccommodatie die aansluit bij de wensen van vakantiegangers, en geïnspireerd op de voormalige steenfabriek Fortmond waarvan de restanten nog duidelijk zichtbaar zijn. `Kijk, hier zie je de grote fabriekspijp,' zegt Weeda en hij laat een afbeelding zien. `De fabriek is in de jaren zeventig om economische redenen gesloten. Het is nu een monumentaal gebouw waar toeristen een kijkje nemen.' De portalen van de oven zijn ook nog intact. `Deze rondingen waren de openingen van de oven. De arbeiders droegen de stenen er door naar binnen en metselden ze dicht als de oven helemaal volgepakt was. Het vuur verspreidde zich vervolgens door de gang en zo werden de stenen gebakken.'

Die ovale portalen inspireerden Weeda bij het ontwerpen van de vakantiehuisjes. Het model staat nu tentoongesteld in het Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek van Deventer. Weeda moet het doen met een foto. `Het verblijf is vijf bij negen meter, redelijk simpel ingericht maar qua vormgeving uitgesproken. De voorkant bestaat uit een glazen gevel. Het `lichaam' is verzonken in de grond. Dat refereert aan de dijk die ook cultureel erfgoed is.'

De binnenkant is een betonnen bak, vertelt de student. `Voorzien van een woonkamer, keuken, slaapkamer en badkamer. Twee tot vier mensen kunnen er overnachten.'

Opdrachtgever Jan Grootenhuis reageerde enthousiast op zijn ontwerp. `Hij vindt het een leuk initiatief dat perfect in het IJsselgbied past, hij wil er een stuk of zes van laten bouwen. Nu moet de gemeente het nog snappen, want die reageert erg traag.'

De wedstrijd zag Weeda als een mooie kans om het ontwerp eens extra onder de aandacht te brengen. In december vorig jaar viel Weeda's oog op de flyer van de provincie Overijssel. De opdracht luidde: maak een commercieel ontwerp geïnspireerd op het cultureel erfgoed van Overijssel. Het doel van de wedstrijd was het ontdekken van nieuwe toepassingen van het erfgoed en mensen bewust maken van de waarde ervan. `Mijn huisjes zijn én commercieel én geïnspireerd op het cultureel erfgoed, namelijk de steenfabriek. En het paste perfect in het dijkenlandschap. Bovendien was het ontwerp er al en heb ik het niet bedacht omwille van de wedstrijd.'

In totaal deden dertien studenten mee. Zes van hen mochten een model maken en deze afgelopen vrijdag presenteren in het Historisch Centrum in Zwolle. `Het was een feest der herkennig', lacht Weeda. `Een vriendin van mijn basisschool deed mee, er was nog een andere UT-student bij en ook een aanstaande IO-docent van de UT deed mee.'

Ondanks het feit dat Weeda's ontwerp aan alle criteria voldeed, bracht hem dat niet de hoofdprijs, de Erfgoed Design Award en een cheque van vijfduizend euro, maar een gedeelde publieksprijs. De Award ging naar Judith Zeeman. `Zij had Deventerkoekhuisjes in de vorm van gevels ontworpen. Ook leuk, maar ik kan niet eenduidig zeggen dat haar ontwerp véél beter was dan de mijne. In de kern zat het bij mij ook goed.' Weeda deelt de publieksprijs, een cheque van vijfhonderd euro, met Jeroen Beeloo die binnenkort als werkplaatsmedewerker bij IO begint.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.