Determinatie van een uitstervend soort: de gezelschapsroker. Verspreidingsgebied: de Nederlandse horeca. Voor het laatst te bewonderen: juni 2008.
Gaat altijd vergezeld van een brandende sigaret. Onderscheidt zich van de hoofdsoort der rokers door de positie van de sigaret. Deze bevindt zich altijd elegant tussen de vingers, zelden tussen de lippen en pas opgebrand in de asbak. De soort neemt hoogstens drie trekjes van één sigaret, inhaleert niet, maar blaast de rook meteen met zorg omhoog. Vaak in kringetjes. Nooit in het gezicht van de altijd aanwezige gesprekspartner. Opvallend is de lipmimiek bij het laten opstijgen van de rook. Die oogt altijd verzorgd.
De soort consumeert de sigaret niet als genotsmiddel, maar als onderdeel van haar (de soort kent een uitzonderlijk scheve man-vrouw-verhouding) verschijning. Vergelijkbaar met make-up. Zonder sigaret voelt de gezelschapsroker zich in gezelschap bloot. Zonder make-up evenzo. Het is dus geen toeval dat deze ondersoort meer make-up gebruikt dan de andere leden uit de orde der tabaksgebruikers.
In café's verkiest de gezelschapsroker een schrijlingse positie aan de bar. Zij heeft daarbij haar voorzijde naar haar gesprekspartner gewend. Eén elleboog leunt op de bar. De bijbehorende hand hangt achterover geknikt achter haar schouder. In deze hand bevindt zich de dampende sigaret. Meestal vlak voor het gezicht van een andere bargast die de gezelschapsroker niet tot haar gezelschap rekent. Ook de asbak waarin de peuk wordt uitgedrukt alvorens een nieuwe sigaret wordt aangestoken, bevindt zich steevast achter deze schouder op de bar. Door deze houding, de zeldzame trekjes en het omhoog blazen van de rook is de lucht tussen de gezelschapsroker en haar gesprekspartner de schoonste in het etablissement.
Anders dan bij andere rokers, wordt de rook van de gezelschapsroker niet opgevangen door haar eigen longen en slechts minimaal door het filter van de sigaret; de meeste rook verlaat de sigaret ongeïnhaleerd aan de brandende kant. Zo heeft de gezelschapsroker het laten meeroken opgevoerd tot perfectie. Zuiver beschouwd kunnen we dus ook niet spreken van roken, maar veeleer van openbare sigaretverbranding. Het heengaan van deze soort zal door slechts weinigen worden betreurd.