UT-gebouwen brand-veilig, op twee na

| Redactie

Alle UT-gebouwen voldoen aan de eisen op het gebied van brandveiligheid, op twee na: Hogekamp en Langezijds. Voor deze gebouwen heeft de gemeente dispensatie verleend. Dat bevestigt directeur Marien Florijn van de Vastgoedgroep Drienerlo. De UT is dan ook niet van plan om de brandveiligheid van haar gebouwen te heroverwegen naar aanleiding van de grote brand in Delft. Ynso Suurenbroek, UT-docent en brandweerofficier in Hengelo, waarschuwt alvast.

(Foto: Arjan Reef)

Tien jaar geleden hebben gemeente en UT hun afspraken over veiligheid-, arbo- en milieu neergelegd in een veiligheidsconvenant. Tien jaar later - op 4 november 2008 om precies te zijn - hadden álle UT-gebouwen moeten voldoen aan dit convenant. Die datum werd voor de twee `afgeschreven' gebouwen niet gehaald - mede vanwege de vertraging die de nieuwbouw van het onderwijs- en onderzoekcentrum opliep. De gemeente gaf daarop uitstel. `Volgend jaar komen ook deze gebouwen leeg te staan', vertelt Florijn. `Om de brandveiligheid nu te waarborgen zijn afspraken gemaakt met het BHV-team en is er extra controle van de brandweer. In het geval Hogekamp en Langezijds worden hergebruikt - wat nog lang niet zeker is - zal er wel heel wat moeten gebeuren om ze brandveilig te maken.'

(Foto: Arjan Reef)

Ynso Suurenbroek, deeltijddocent bij de vakgroep Bouw/Infra van CTW en zelfstandig adviseur, heeft de ontwikkelingen in Delft nauwgezet gevolgd. Hij is tevens brandweerofficier in Hengelo. Suurenbroek had vanuit de brandweer een coördinerende rol tijdens de grote UT-brand in 2002. Hij doet al jaren vanuit zijn universitaire functie onderzoek op het gebied van bouwprocessen en brandveiligheid en denkt dat - vanuit zijn bouw- en brandexpertise - een klein brandje in de Hogekamp er toe zou kunnen leiden dat ook dát hele gebouw verloren gaat. `Dat heeft te maken met de bouw van het pand. Veel gebouwen uit de jaren zestig en zeventig zijn naar de huidige maatstaven niet deugdelijk bouwkundig gecompartimenteerd, waardoor het vuur zich snel kan verspreiden. Dat zag je ook bij de TW/RC-brand en nu weer bij het Bouwkundegebouw in Delft. Dat kan ook bij de Hogekamp het geval zijn.'

Suurenbroek begrijpt dat zowel Langezijds als Hogekamp `afgeschreven' zijn en dat er daarom niet meer geïnvesteerd wordt. `Maar als de UT daarvoor kiest, zet je al je kaarten op de vluchtmogelijkheden. De Hogekamp ken ik niet goed genoeg om te oordelen hoe de vluchtsituatie momenteel is, maar een check-up lijkt op z'n plaats. Consequentie van het accepteren van tekortkomingen in de compartimentering en de eenzijdige focus op vluchtmogelijkheden is het accepteren van een total loss van het gebouw, omdat de brand in haar verloop niet wordt geremd. De vraag is of beheerder en gebruikers van gebouwen zich dat wel afdoende realiseren. Gezien het grote verlies aan waardevolle spullen realiseerden ze zich dat in Delft in ieder geval niet.'

De brandweerofficier noemt het `opvallend' dat alle drie technische universiteiten nu met soortgelijke branden te maken hebben gehad. In Eindhoven brandde eind jaren negentig het Auditorium af, vervolgens was in 2002 de UT aan de beurt en twee weken geleden dus Delft. `Niemand zegt iets over de patronen die te maken hadden met enerzijds de bouw van de gebouwen en anderzijds de onmogelijkheid van brandbestrijding. De compartimenten waren telkens niet deugdelijk, of geheel afwezig. Ook valt het kennelijk niemand op dat de westkant van Enschede, de kant van de UT, meer dan waarschijnlijk wordt getroffen door uit de hand lopende branden. Denk aan de Vuurwerkramp, de UT-brand, de brand bij Vredestein en de recente brand bij het kunststofverwerkende bedrijf Rodepa. Dat geeft toch te denken.'

Denkt Suurenbroek dat de aanwezigheid van koffieapparaten - eigenlijk bedoeld voor thuisgebruik - brandgevaarlijk zijn in UT-gebouwen? Het Facilitair Bedrijf verbiedt het gebruik van deze apparaten, maar er zijn er nog talloze in omloop. `De hele wereld heeft thuis een koffiezetapparaat en ja, inderdaad dat leidt incidenteel wel eens tot een brand. Overigens is de brand in Delft veroorzaakt door lekkage van water bij een professioneel koffieapparaat en niet door kortsluiting van een zelfzetter. Het probleem bij veel kleine apparatuur is natuurlijk dat het' s nachts wel eens aan blijft staan en daardoor problemen kan opleveren. Maar ik denk dat het verbieden vooral samenhangt met het feit dat het zelf koffiezetten tot rommel leidt, stroom kost en geld aan de kantines onttrekt. Toch zit er zeker een brandrisico vast aan een koffiezetapparaat. Maar dat geldt ook voor printers, computers en het werken met gevaarlijke stoffen. Bovendien, het probleem bij alle grote branden is niet primair gelegen in de brandoorzaak, maar gelegen in de gebrekkige manier waarin een ontwikkelde brand in haar verloop wordt geremd. Met als gevolg een achter de feiten aanlopende brandbestrijding en een totaal verloren gebouw. Het blijft een gemiste kans dat in Nederland geen onderzoek wordt gedaan naar brandverloop.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.