Alles draait om netwerken

| Redactie

Toen Frits Spoek (64) vijftien jaar geleden het International Office opzette, stelde het begrip internationalisering nog niet zoveel voor. Onder druk van Brussel was het in de jaren negentig vooral van belang om UT-studenten warm te maken voor een buitenlandse stage. Nu Spoek met pensioen gaat, liggen de prioriteiten anders: zoveel mogelijk internationale studenten moeten juist naar de campus toe.

Alles draait om netwerken
Alles draait om netwerken

Frits Spoek houdt vandaag (donderdag) zijn afscheidsreceptie in de Faculty Club. Een week geleden blikte hij alvast even terug op zijn vijftienjarig dienstverband op de UT, waarbij elke move in het teken stond van internationalisering. Eerst bij het toenmalige Centre for Advanced Education, later als hoofd International Office (IO) en uiteindelijk als stafmedewerker internationalisering. `Toen ik in 1993 het International Office opzette, was dat vooral om studenten te stimuleren om een stage of afstuderen in het buitenland te doen. Brussel verstrekte namelijk subsidies', vertelt Spoek. `Maar ook moest de UT meer doen aan haar internationale relaties. Uiteindelijk groeide het International Office uit tot de huidige organisatie van acht man.'

Hij kijkt met veel plezier op zijn periode bij het IO terug, al is er ook een schaduwzijde. In 2005 kwamen twee naaste medewerkers Gerrie Beumer en Suzanne van der Kolk vlak na elkaar te overlijden. `Dat was vreselijk, het hakte er ongelooflijk diep in', verwoordt Spoek die moeilijke periode. `Suzanne zou mij opvolgen, als hoofd van het IO. Het werk draaide bovendien gewoon volop door. En dan verlies je twee bijzondere mensen.'

Spoek verlaat daarna het IO - Karin Paardenkooper volgt hem uiteindelijk op - en wordt stafmedewerker internationalisering.

Hoewel op het gebied van internationalisering veel veranderd en verbeterd is de laatste jaren, blijkt regelmatig dat bepaalde zaken toch niet voor elkaar zijn als een buitenlandse student of medewerker naar de campus komt. Spoek: `Als je, zoals in mijn geval, op centraal niveau zit krijg je niet altijd mee hoe de faculteiten intern dingen regelen. Zo komt het dus nog wel eens voor dat een buitenlandse student Nederlandse studieboeken krijgt.' Cultuurverschillen blijven ook een probleem. `Nederlanders zijn nou eenmaal brutaler, informeler. Vooral studenten uit Aziatische landen hebben daar moeite mee. Zij zijn helemaal niet gewend om voor zichzelf op te komen.'

Jaarlijks komen er tussen de 200 en 300 master- en PhD-studenten naar de UT, weet Spoek. Collegevoorzitter Flierman wil dat aantal graag omhoog hebben, ook met het oog op het streefgetal van tienduizend UT-studenten in 2010. `Om de buitenlandse student naar Enschede te krijgen, zijn vooral de relaties met internationale instellingen van belang', zegt Spoek. `Neem China bijvoorbeeld. Daar was ik vorig jaar nog met rector Henk Zijm op werkbezoek. China stuurt graag studenten naar westerse landen op basis van hun contacten, informeel en formeel. Wil je dus meer Chinese studenten aantrekken, dan zal je moeten investeren in de relaties daar. Ja, dat is heel intensief. Maar internationalisering bestaat nu eenmaal voor tachtig procent uit netwerken.' Over dat werkbezoek: `Elke keer vertel ik eigenlijk hetzelfde. Dat de UT de enige campusuniversiteit van Nederland is, dat we goed zijn in onderzoek en dat we over veel faciliteiten voor studenten beschikken.'

Omdat veel zo niet alles draait om goede internationale relaties, spelen alumni in het buitenland een belangrijke rol vindt Spoek. `Die vormen een van de belangrijkste bronnen op internationaliseringsgebied. De UT wordt nu actiever met haar alumnibeleid, maar het duurde wel lang voordat het op gang kwam. Nu bestaat er zelfs al een alumnikring in Vietnam.' Ander toekomstig aandachtspunt is de relatie van PhD-studenten. Spoek denkt dat het voor `het netwerk' beter zou zijn als deze promovendi niet één aangesloten periode op de UT zijn, maar verspreid. `Zeg maar, een jaar op de UT en een jaar in het thuisland. Dat stelt je namelijk in staat om een goed netwerk op te bouwen met die universiteiten.'

Dat de UT zich - in de slag om studenten - voor een groot deel op Azië richt, vindt Spoek wel logisch. Daar zit immers een groot potentieel aan studenten en de eigen landen bezitten onvoldoende knowhow om ze zelf op te leiden. `Maar de technische ontwikkelingen in Azië gaan hard. Ooit halen ze ons in, dus moet de UT zich ook op andere gebiedsdelen richten.' Voor elk werelddeel een gebiedsmanager bij het International Office zou daarom het meest ideaal zijn. `En vergeet landen als Afghanistan, Irak en Iran niet. Hoewel het politiek allemaal wat lastiger ligt, moet je toch stimuleren dat ook mensen uit deze landen hier kunnen komen studeren. Bovendien denk ik dat het opleiden van mensen helpt om deze landen ook daadwerkelijk te veranderen.'

In 3TU-verband zou veel meer gezamenlijk moeten worden geworven. `Dat gebeurt veel te summier. Nederland is nou eenmaal een te klein land om met z'n allen de buitenlandse markt te bestormen. Ook het afstemmen van subsidieprogramma's moet beter binnen de 3TU's.'

Spoek is blij dat internationalisering ook onderwerp van gesprek is binnen de Route 14 discussies. `Want zonder internationalisering kan de universiteit niet draaien in deze globaliserende wereld . Internationalisering zorgt ervoor dat je een belangrijke rol speelt in de wereld. De Universiteit Twente moet een begrip zijn, misschien niet een die iedereen kent, maar wel een die uitstekend onderwijs en onderzoek verzorgt. Dat komt de rest vanzelf.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.