Is de wetenschap echt zo'n jungle?
`Er is een groot aanbod aan artikelen en ontdekkingen. Het is handig om dan de regeltjes te kennen, want dan accepteert een tijdschrift je eerder. Je hebt jaren aan iets moois gewerkt. Waarom zou je dan niet je best doen om het netjes te presenteren? In dit boek staan richtlijnen, en als je die volgt, heb je een veel grotere kans dat iets gepubliceerd wordt.'
En dus is dit handboek noodzakelijk?
`Er bestaan wel veel meer van dit soort boekjes, maar die hebben vaak lange saaie alinea's. Dit boek is een opsomming van allemaal korte regeltjes en tips. Je hebt het binnen twee uur uit, maar het is geen boek dat je achter elkaar door leest. Een van mijn eisen aan de uitgever was dat als je het boek openslaat, het ook open blijft liggen. Je moet het makkelijk kunnen lezen naast de pc.'
Veel adviezen uit de Survival Guide lijken vrij triviaal. Een conclusie is geen samenvatting, bijvoorbeeld. Of gebruik geen volledige zinnen op een slide. Is dit boek niet meer een handboek voor beginnende studenten?
`Ik zou het niet raar vinden als derdejaars dit boek als verplichte literatuur krijgen. Daar kunnen ze heel veel van leren. Maar voor eerstejaars is het nog te vroeg. Je moet het wel kunnen gebruiken en weten waar je het moet toepassen. Je moet op het niveau zijn dat je een voordracht moet geven of bijvoorbeeld je eerste Engelstalige tekst moet inleveren.'
Maar ook voor hen zullen veel regels vanzelfsprekend zijn.
`Soms schaam ik me voor mijn eigen boekje, zo triviaal is het. Ik heb het in eerste instantie geschreven voor masterstudenten en promovendi, maar ik merk helaas nog dagelijks dat ook onderzoekers op topniveau het zouden kunnen gebruiken. Ik maak zo vaak mee dat presentaties overvolle slides bevatten of dat de informatie je met drie uitroeptekens wordt toegeschreeuwd. Of mensen zijn overenthousiast en vertellen zoveel dat de boodschap niet meer overkomt. Ik vraag me dan af wat ze daar mee willen bereiken. Het gaat om duidelijkheid en leesbaarheid, niet om aandachttrekkerij.'
Hoe komt het dat ook zoveel ervaren wetenschappers volgens u nog de fout in gaan?
`Enerzijds was er in het verleden weinig aandacht voor wetenschapscommunicatie, hoe breng ik mijn werk onder het voetlicht. En anderzijds vindt er nauwelijks terugkoppeling plaats. Weinig mensen durven tegen hun hoogleraar te zeggen dat hun presentatie ronduit slecht was. Voor een volle zaal moet je dat ook niet doen, maar ik vind wel dat je voor een belangrijke lezing een proefvoordracht moet houden waarin een paar mensen je genadeloos onderuit kunnen halen. Ik doe dat zelf ook en sta er dan wel eens van te kijken hoeveel er nog verbeterd kan worden. Met wat pech ben je nog een volle dag bezig je presentatie aan te passen. Maar waarom zou je het niet doen? Je krijgt misschien maar één keer de kans om op dat belangrijke congres een lezing te geven.'
Het boek is gebaseerd op uw ervaringen. Heeft u een dergelijke gids gemist aan het begin van uw carrière?
`Toen ik in 1973 promoveerde had je nog geen powerpoint en geen beamers, maar ik zou wel behoefte hebben gehad aan richtlijnen hoe je wetenschappelijke artikelen schrijft of hoe je omgaat met een refereerapport. Mijn grootste schade, of schande, is geweest dat ik een artikel heb opgestuurd naar een tijdschrift en dat de referee schreef dat het artikel niet deugde. Ik heb toen een boze brief terug geschreven die bijna langer was dan mijn artikel, waarin ik eigenlijk het hele artikel nog eens herhaalde. Dat moet je natuurlijk nooit doen. In mijn boek stel ik dat een referee het nooit fout heeft, en als dat wel zo is dat je hem dat niet moet zeggen. Als ik dat destijds had geweten, was mijn artikel veel eerder geaccepteerd.'
Survival Guide for Scientists, Ad Lagendijk. Amsterdam University Press. 260 pagina's. 19,90 euro.