Het aantal studenten per hbo-docent is tussen 2005 en 2006 nauwelijks gestegen. Anders dan in voorgaande jaren namen hogescholen meer onderwijzend personeel aan. Daarmee kon de jaarlijkse toename van de studentenpopulatie worden opgevangen.
Van 2003 tot en met 2005 telde het hbo 13.500 fulltime functies voor docenten, meldt het ministerie van OCW in de deze week gepresenteerde kerncijfers. In 2006 kwamen daar vierhonderd ‘fte’ bij. Dat was hard nodig, want het aantal studenten was in de tussenliggende periode fors gegroeid. In 2003 bediende één docent op de kop af 24,1 studenten, in 2005 waren dat er al 25,7. In 2006 is die toename afgevlakt naar 25,8.
Ook universiteiten hebben te maken met een toename van het aantal studenten per ‘wetenschappelijk personeelslid’, al lijkt de verhouding daar minder schokkend: in 2003 waren er op iedere wetenschapper 8,2 studenten aan de universiteit actief, in 2006 was dat opgelopen tot 9,9 studenten. Ook hier vlakt de toename af: net als in het hbo was de toename tussen 2005 en 2006 slechts een tiende.
De getallen van de universiteiten geven echter een vertekend beeld: 12.500 van de 20.400 wetenschappelijke arbeidsplaatsen worden vervuld door aio’s en ‘overig’ wetenschappelijk personeel. Hoogleraren en universitaire (hoofd)docenten nemen de overige 7900 plaatsen voor hun rekening.
Anders dan in het hbo neemt het aantal arbeidsplaatsen voor ondersteunend personeel bij de universiteiten af. In 2003 waren er nog 18.300 arbeidsplaatsen voor management en secretariaat, terwijl er in 2006 nog maar voor 16.200 ‘fte’ aan ondersteunende functies beschikbaar was. In het hbo nam het aantal ‘ondersteunende’ arbeidsplaatsen in dezelfde periode toe van 10.400 naar 11.400.
HOP, Thijs den Otter