Van Rossem over Hitler

| Redactie

‘Hoe kan zo’n nietsnut als Adolf Hitler, uitgroeien tot één van de grootste politici van de jaren ’30, en daarmee heel Duitsland naar het graf dragen?’ Dit was de vraag die Maarten van Rossem afgelopen dinsdagavond in Studium Generale stelde in de Vrijhof.

Voor een volle zaal, met veel humor en talloze zijsporen blikte Van Rossem terug op de opkomst en ondergang van Adolf Hitler, de man die een hele natie wist mee te slepen in een oorlog tegen de wereld. ‘Op tv zie je vaak alleen maar de laatste minuten van zijn toespraken. Als je dat ziet, zou je normaal gesproken het RIAGG bellen, maar hij bouwde die toespraken natuurlijk op. Zijn grote talent was juist om 4000 mensen mee te slepen in die drie uur durende retorische bevlogenheid,’ aldus Van Rossem.

Kreeg hij in de eerste 30 jaar van zijn leven niets voor elkaar – van school op zijn 14e, afgewezen op de kunstacademie, afgekeurd voor dienst in het Oostenrijkse leger waar hij eerst ook nog eens voor gevlucht was -, de tweede helft van zijn leven bestond vooral uit successen. Hij wist van een weinigzeggend clubje mopperaars de volkspartij NSDAP met 37% van het electoraat te maken en aansluitend de macht te grijpen in de Weimar-republiek. ‘Alles wat hij ondernam lukte. Hij was Der Eine, de verlosser. Het is een geluk voor ons dat wat hij in vijf jaar oorlog ondernam, bijna allemaal wel mislukte’, grapte Van Rossem.

‘Maar kan zoiets nu nog eens gebeuren?’ luidde de hamvraag. Van Rossem: ‘Een tweede Hitler zal er nooit komen, en er missen omstandigheden die er in 1929 wel waren, namelijk een diepe economische crisis in een belangrijke grootmacht. Maar ik zal het nooit uitsluiten, ook hier niet, zeker omdat ik zo weinig vertrouwen heb in de intelligentie van de modale Nederlander.’

Bas Klaver

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.