| Marcel Weustink: ‘Die reorganisatie heb ik nooit begrepen.’ Foto: Arjan Reef |
`Niemand wil studeren en werken in een onveilige omgeving.' Dat citaat, van een Amerikaanse professor, is Marcel Weustink altijd bijgebleven. `Want het klopt, natuurlijk. En het is ook altijd precies wat ik voor ogen heb gehad, als hoofd bewaking.'
Weustink kwam in 1987 op de UT in dienst. Daarvoor zat hij bij Holland Signaal ook in de security business. Hoewel eigenlijk opgeleid tot graficus, sprak het beveiligingswerk hem meer aan. `Dat buiten zijn, de omgang met mensen en natuurlijk het spannende, altijd met je neus vooraan. Daar hou ik wel van.'
Onder Weustinks leiding kreeg de beveiligingsdienst vanaf het begin af aan meer body. `Het moest servicegericht. Daar droeg ook de nieuwbouw van Checkpoint Charlie, in 1997 aan bij. Het oude onderkomen was een soort kippenhok, waar iedereen snel langsreed.'
Druk met studenten, dat waren de bewakers altijd. `In de jaren tachtig konden studenten nog ellenlang over hun studie doen. En dat betekende natuurlijk ook veel feestjes. Soms moesten we wel twee keer per nacht uitrukken om kleine brandjes te blussen. Maar in de jaren negentig veranderde dat door de invoering van, zeg maar, het verplichte aantal studiepunten.' Lacht: `Goh ja, dat hebben wij wel gemerkt. Alsof iedereen toen pas aan het studeren sloeg.'
Natuurlijk maakte hij veel grappige dingen mee. Zoals die keer dat een dispuut in het gazon bij de Spiegel haar logo in het gras spitte. Daar kon Weustink wel de humor van inzien, maar de studenten moesten wel de kosten vergoeden. Minder leuke kant van het beveiligingswerk waren de meldingen van zelfdoding. `Vooral bij eerstejaars zag je dat. Vreselijk als je dan met de ouders naar zo'n studentenkamer moest. Ja, ik heb heel vaak een psycholoog of dokter moeten inschakelen.'
Heel bizar was de crime passionel in 1992. Een student wonend aan de Witbreuksweg was zó jaloers toen zijn ex-vriendinnetje een nieuw vriendje kreeg, dat hij besloot deze `rivaal' van het leven te beroven. `Die jongen kocht een cilinder met koolmonoxide en probeerde via een gaatje in de muur en een slangetje de andere student - die in zijn kamer lag te slapen - te vergiftigen. Gelukkig werd het slachtoffer wakker en waarschuwde hij ons en de politie. Uit onderzoek bleek later dat - als de poging gelukt was - het slachtoffer binnen een paar minuten dood zou zijn geweest. Vreselijk toch?'
Zien, zonder gezien te worden. Dan doe je het goed als bewaker, vindt Weustink. `Maar ook weten te relativeren en niet te snel ingrijpen. Studenten mogen natuurlijk best een feestje vieren. Wij grepen pas in, als het uit de hand liep.'
Ingrijpen gebeurde zeker op die gedenkwaardige 20 november 2002. Na een paar kleine brandjes eerder die week rondom en in het voormalige TW/RC-gebouw, brak 's ochtends om acht uur een enorme brand uit, die twee vleugels van het gebouw compleet vernielde. Aangestoken, zo bleek al snel. `De verdachte, Hugo B., bleef maar naar mij toekomen met allerlei verklaringen. Achteraf was het een schreeuw om aandacht, eigenlijk wilde hij gewoon bekennen.' Hugo B. liep uiteindelijk tegen de lamp, toen hij een paar dagen later een nieuwe brand wilde stichten, nu in het trapgat van het informaticagebouw. `Toen hadden we `m.'
Weustink vindt het jammer dat de bewakingsdienst de laatste drie jaar een reorganisatie onderging waarbij een manager van een extern beveiligingsbedrijf werd aangesteld. `Twee kapiteins op één schip, dat werkt natuurlijk niet. Bovendien ben ik van mening dat je een bewakingsdienst zoals op de UT niet moet uitbesteden. De binding met studenten moet groeien. Bij externe beveiligingsbureaus zit veel verloop, dan ontwikkel je dus geen feeling met de doelgroep. Bovendien, in 2000 ontving de UT-bewakingsdienst nog het ISO 9002 kwaliteitscertificaat. We deden het dus gewoon goed. Die reorganisatie heb ik nooit begrepen.'
Het zal wel stukken rustiger worden, denkt Weustink nu zijn dienstuniform in de kast hangt. En natuurlijk zal hij dat `overal met de neus vooraan staan' best gaan missen. `Maar er komt ook een moment dat je moet afsluiten. En dat is nu.'