| Pieter Boerman: 'We hebben een gezamenlijke missie.' Foto: Gijs van Ouwerkerk |
Met meer maatwerk en meer persoonlijke aandacht begint Boerman (41) aan zijn klus om ELAN `een stevig gezicht' te geven. `De toestroom naar universiteiten wordt steeds gevarieerder. Daarom is het belangrijk te weten van welke scholen de eerstejaars studenten komen. Wie zijn die leerlingen? Wie zijn de docenten? Ken je partners, lever maatwerk en investeer daarin.'
Dat totaalpakket van leerling, docent en organisatie noemt Boerman pre-university college. `Het is de rode strik om het geheel en een mooi instrument om een goede aansluiting tussen het voortgezet onderwijs en hoger onderwijs te bevorderen.'
De UT is volgens de nieuwe directeur `goed bezig' op het gebied van regionale samenwerking. `Samen met de universiteiten van Nijmegen en Amsterdam is de UT hierin een voorbeeld. Met scholing en professionalisering van docenten bij ELAN, maar ook met speciale uitwisselingsdagen leren docenten van het vwo en wo elkaar kennen. Door het programma Bèta 1op1 krijgen leerlingen de kans om met een student op te trekken die ze wegwijs maakt in onder meer het laboratorium en het studentenleven. Regionale samenwerking dus die nog verder uitgediept moet worden', vindt Boerman. `Alle veertig middelbare scholen in de regio Twente zijn verenigd in netwerken als LinX en de Twente School of Education en werken samen op drie niveaus: leerling, docent en organisatie. Het is niet zo dat de UT daardoor een regionale universiteit wordt, integendeel. Twente is qua aantrekkingskracht minder provinciaal als de UvA, al heeft de UT natuurlijk veel nieuwe aanwas uit deze regio.'
Ook het beter leren kennen van je partners in de onderwijswereld is een van Boermans speerpunten. De nieuwe ELAN-directeur is veel spelers tegengekomen in zijn vorige baan bij het Platform Bèta Techniek. `Door de Lissabon-doelstellingen om van de Europese Unie de grootste kenniseconomie te maken, kwam er vanuit Den Haag jaarlijks zestig miljoen euro beschikbaar om te investeren in research en development en in Bèta Techniek. Ik werkte toen bij het ministerie van onderwijs en schreef mee aan het Deltaplan waarin de verdeling van het bedrag geregeld werd.' Een van de meest ingrijpende vernieuwingen was volgens Boerman de ketenbenadering. `Behalve het onderwijs betrokken we ook de arbeidsmarkt bij de plannen. Die moest namelijk laten zien welk belang de economie heeft bij techniekstudenten door aantrekkelijke, zichtbare banen te scheppen.'
Boerman zegt dat de UT goed inspeelt op deze nationale Bèta Techniek-agenda. `En dat niet alleen. De universiteit zet ook slim in op de landelijke lerarenproblematiek en knoopt deze twee nationale agenda's aan elkaar in het lerareninstituut.' Aan Boerman de taak om deze wisselwerking verder uit te diepen en de lerarenopleiding groter te maken. `Dat doen we via de initiële opleidingen informatica, wiskunde, natuurkunde, scheikunde en wetenschapscommunicatie. Die studenten kunnen we via de master science and education communication (sec) opleiden tot eerstegraads docenten.'
ELAN hecht daarom veel waarde aan goede verbindingen met de technische faculteiten, aldus Boerman. `Zij leveren immers de studenten voor de lerarenopleiding. De faculteiten hebben op hun beurt weer behoefte aan meer en slimme studenten. Die krijg je door docenten op het vwo verder te professionaliseren. Investeer daarom in de kwaliteit van de leraren hier in de regio. Weet wie ze zijn. Ken dus je partners! De belangen grijpen in elkaar. Samenwerking zoeken we namelijk ook met bureau communicatie om een goede wervingscampagne te starten. In die zin hebben we een gezamenlijke missie te gaan zodat hier over vier jaar een lerarenopleiding staat met een stevig gezicht en met goede wortels in de faculteiten én in de regio.'
Gepokt en gemazeld in het onderwijs
Pieter Boerman studeerde van 1985 tot 1991 toegepaste onderwijskunde aan de UT. In 1990 vertrok hij naar Amsterdam om te studeren aan het SCO-Kohnstamm Instituut waar hij later als aio aan de slag ging en onderzoek deed naar de organisatiekant van onderwijs. Zijn proefschrift ging over besluitvorming in relatie tot de kwaliteit van de school. Na twee jaar bij een adviesbureau te hebben gewerkt ging Boerman in 1998 bij de directie Hoger Onderwijs van het ministerie van OCW aan het werk en hield hij zich bezig met sturingsinstrumenten: hoe richten we de overheid in om het hoger onderwijs goed aan te sturen?
Boerman beleefde zijn hoogtepunt bij het ministerie tijdens het kabinet Balkenende-1, toen hij als rechterhand van de bewindspersonen werkte. Na de val van het kabinet werkte Boerman weer bij de directie Hoger Onderwijs. Hij schreef in het kader van de Lissabon-agenda mee aan het Deltaplan. In 2004 ging hij bij het Platform Bèta Techniek dat uit het Deltaplan voortkwam aan het werk. Sinds 1 april is hij directeur van UT-lerareninstituut ELAN.