Onze grootste verrassing was Koen. In zijn toptijd mocht hij nooit voor het eerste team van Kronos lopen. Voor een tienkamper liep hij weliswaar een redelijke 1500 meter, maar langer moest het echt niet worden. Zijn talent zat in het springen. Nu bleek hij de snelste op zijn etappe. Okee, ruim 18 km per uur is best wel vlot, zeker voor een 41-jarige. Dus het is geen schande dat hij een aantal van jullie eruit liep. Maar dat hij zelfs alle lopers van de universiteitsteams te snel af was, sorry hoor, maar dat hadden wij vroeger nooit laten gebeuren. Wij hadden een eer hoog te houden. Wij lieten ons niet passeren door een ouwe lul.
Als begeleidend fietser was ik getuige van het lopen van Koen's vriendin. (Sorry jeugdigen, ik weet dat jullie dit woord moeilijk kunnen associëren met een 40-plusser.) Zij is nooit een hardloopster geweest. Als atlete beoefende zij de werpnummers, met een voorkeur voor kogelstoten, omdat ze bij speer en discus telkens zo'n takkeneind moest lopen om het weggesmeten materiaal weer op te rapen. Nu passeerde ze Twentse studentes uit teams die een uur voor ons gestart waren. En dat waren geen miezerige onderkruipsels, maar meiden met forse rondingen, wat volgens de klassieke biologie duidt op grote gezondheid. Meiden in de bloei van hun leven. En die lieten zich passeren door een vrouw die volgens diezelfde klassieke biologie is uitgebloeid - door de evolutie alleen gespaard om als grootmoeder thuis op de kleinkinderen te passen, opdat de vaders en moeders aan het werk kunnen.
Moeten wij ons zorgen maken over jullie? Of wilden jullie ons iets duidelijk maken? Wij zijn die beruchte tweede geboortegolf die straks massaal een pensioen wil, wat jullie mogen bekostigen. Bedanken jullie voor die eer? Wilden jullie demonstreren dat wij best nog wel een aantal jaren mee kunnen? Graag wil ik jullie dan wijzen op die loper op de laatste etappe die net binnen een half uur de sintelbaan op kwam. Zwalkend. Volledig de weg kwijt. Op de finish stortte hij in. Dat was er ook één van ons.