| Joyce Karreman en Rieks op den Akker. Foto: Gijs van Ouwerkerk. |
Karreman en Op den Akker hebben net hun onderzoeksvoorstel ingediend om een dialoogsysteem te ontwikkelen voor een website met medische informatie. `Hoe kun je als het ware een gesprek voeren met een website', licht Karreman toe. Op den Akker vult aan: `Als je in Google iets zoekt, krijg je een lijst met enorm veel hits, maar als je specifieke informatie zoekt, kun je beter een gerichte vraag stellen. En daar wil je dan ook een gericht antwoord op, geen lijstje met links.'
Er zijn wel voorbeelden van websites waar je een vraag kunt stellen en dan krijg je een antwoord, maar een echt dialoogsysteem is het niet. Op den Akker: `Elke vraag wordt als aparte nieuwe vraag beschouwd, terwijl je in een gesprek ook een vervolgvraag moet kunnen begrijpen. Dat is nog heel lastig. Het programma moet meer kunnen dan alleen tekstanalyse, zoals waar vind ik het antwoord op de gestelde vraag. Het moet zich ook kunnen verplaatsen in de gebruiker, hoe die denkt en waar die naar op zoek is.'
`Hoe mensen met een website omgaan, daar doen we bij onze vakgroep veel onderzoek naar. Die kennis gebruiken we vooraf bij de ontwikkeling van het dialoogsysteem', vertelt Karreman. `En als ze bij HMI een eerste versie hebben gemaakt, gaan we testen hoe mensen daadwerkelijk met het systeem omgaan. De uitkomsten daarvan vormen de input voor HMI om het systeem te verbeteren.'
Al vaker deed HMI gezamenlijk onderzoek met vakgroepen van de faculteit GW. Dit is de eerste keer dat ze ook samen een onderzoeksvoorstel hebben ingediend. `Dat is lang niet voor iedereen vanzelfsprekend', aldus Karreman, `maar in onze vakgroep zijn we altijd al geïnteresseerd in hoe mensen technische hulpmiddelen gebruiken en hoe ze daar het beste bij ondersteund kunnen worden.' Haar collega Op den Akker: `Het is niet alleen een logische, maar ook een noodzakelijke samenwerking. Als je praktische technologie wilt ontwikkelen, kun je nooit zonder een gebruikersgroep.'
Hoe vanzelfsprekend de samenwerking ook lijkt, het tweetal liep al tegen een probleem aan toen het onderzoeksvoorstel ingediend moest worden bij een subsidieverstrekker. Karreman: `Voor technologiestichting STW is dit onderzoek waarschijnlijk net niet technisch genoeg en de afdeling Geesteswetenschappen bij NWO vindt het juist weer te technisch. Uiteindelijk hebben we het ingediend bij ZonMw, een organisatie voor gezondheidsonderzoek. Misschien zeggen zij ook dat er te veel techniek in zit, dat zou echt jammer zijn.'
`Ik denk wel dat er steeds meer subsidies worden gegeven aan samenwerkingsprojecten', vermoedt Op den Akker. `In Europa is het al heel gewoon, daar staat multidisciplinair onderzoek vooraan. In Nederland helaas nog niet.'
Minder bang zijn de twee onderzoekers dat ze straks hun resultaten nergens kunnen publiceren. Veel tijdschriften lijken niet vakoverstijgend, maar volgens Op den Akker wordt er toch al steeds meer grensoverschrijdend onderzoek gepubliceerd. `Tijdschriften gaan met hun tijd mee. Als ze merken dat multidisciplinair onderzoek een gat in de markt is, komen er misschien wel nieuwe tijdschriften.'
Karreman benadrukt dat hun gezamenlijke onderzoek weliswaar een mooi voorbeeld is in het licht van het Route14-debat, maar dat die discussie niet de reden is om samen te werken. `We vinden gewoon allebei dat er een verband is en dat je niet onder samenwerking uit kunt.' En Op den Akker vult aan: `Toen er even sprake van was dat de UT puur voor techniek zou kiezen, schrok ik me rot. Techniek is een onderdeel van het menselijk gedrag en dat mag je niet los van elkaar zien.'