Van de bijna 1400 respondenten zegt 49 procent actief te zijn binnen een vereniging, 16 procent is dat vroeger geweest maar is inmiddels gestopt. Studenten zijn vooral actief voor de studievereniging, sportverenigingen komen op de tweede plaats. Verder is 24 procent bij twee verenigingen actief en vijf procent zelfs bij drie.
De belangrijkste redenen die studenten noemen om actief te worden zijn dat het hen leuk en interessant lijkt en dat het leerzaam is en goed voor hun persoonlijke ontwikkeling. Te druk zijn met andere hobby's en met hun studie zijn de voornaamste redenen om niet actief te worden. Een aanzienlijk deel wil bovendien geen studievertraging oplopen door commissiewerk.
De Student Union noemt het percentage van 49 procent actieve studenten een bewijs dat de UT met recht een ondernemende universiteit genoemd mag worden. Aanleiding voor het onderzoek was dat de Union al jaren geluiden hoorden dat het activisme dalend is en dat verenigingen moeite hebben hun bestuur vol te krijgen.
Dat de helft van de studenten bij verenigingen een functie vervult, is `bemoedigend', maar neemt de zorgen van de Student Union niet weg. Judith Kreuzen, portefeuillehouder academische vorming en ondernemerschap: `We willen natuurlijk altijd dat meer studenten actief worden. Bovendien kunnen we uit deze resultaten geen trend aflezen. Het is een nulmeting. We gaan dit onderzoek elk jaar uitvoeren, pas dan kunnen we concluderen of het activisme afneemt of juist stijgt.'
De Activismemonitor zal door de Student Union gepresenteerd worden aan alle verenigingen. Die krijgen bovendien gerichte adviezen over hoe ze studenten kunnen prikkelen actief te worden. Kreuzen: `Eén zo'n advies is bijvoorbeeld de manier waarop je studenten benadert. De meerderheid van de studenten geeft aan een-op-een gepolst te willen worden. Verder blijkt dat je het beste opbouwend te werk kunt gaan. Als je studenten eerst benadert voor een kleine commissie is de kans groter dat ze toezeggen dan als je ze vraagt voor het bestuur. Na zo'n kleine commissie stroomt een deel van de studenten wel door naar het bestuur.'
`Verder willen we bij verenigingen benadrukken dat ze een commissie of een bestuur ook moeten presenteren als iets leerzaams', vervolgt Kreuzen. `Vaak geven verenigingen vooral aan dat het leuk is, maar voor studenten is het leerzame aspect juist een belangrijke reden om commissie- of bestuurswerk te doen.'
Een opvallende uitkomst is verder dat de helft van de actieve leden vindt dat deze universiteit studenten onvoldoende stimuleert om actief te worden. Dit terwijl het college van bestuur in zijn toelichting op de UT-begroting 2008 `met lede ogen aanziet dat studenten in de afweging van de besteding van hun vrije tijd meer en meer kiezen voor baantjes en minder voor het activisme.'
Kruezen: `Studenten geven aan dat hun opleiding tegenwerkt of het in ieder geval niet propageert om actief te worden. Ze willen voorkomen dat hun studenten studievertraging oplopen. Dat is wel één van onze zorgpunten. Ik denk dat we het belang en de voordelen van activisme meer bij de opleidingen onder de aandacht moeten brengen.'